BWBR0025948
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 12
Verordening op de praktijkstage
1. Het praktijkexamen is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
a. De stagiair stelt gedurende drie jaren na de aanvang van de praktijkstage elk semester een praktijkverslag op, waarin ten minste de aard en de omvang van de door hem verrichte werkzaamheden zijn vastgelegd.
b. De stagiair stelt een afstudeerscriptie op over een onderwerp dat ligt op het terrein van een van de vakgebieden externe verslaggeving, bestuurlijke informatieverzorging en accountantscontrole.
c. In een mondeling examen worden mede op basis van de afstudeerscriptie de vaardigheden van de stagiair in de praktijk getoetst.
2. Het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde mondelinge examen kan eerst worden afgelegd:
a. indien het getuigschrift van de opleiding is behaald, en
b. nadat aan alle overige eisen met betrekking tot de praktijkstage is voldaan.
a. De stagiair stelt gedurende drie jaren na de aanvang van de praktijkstage elk semester een praktijkverslag op, waarin ten minste de aard en de omvang van de door hem verrichte werkzaamheden zijn vastgelegd.
b. De stagiair stelt een afstudeerscriptie op over een onderwerp dat ligt op het terrein van een van de vakgebieden externe verslaggeving, bestuurlijke informatieverzorging en accountantscontrole.
c. In een mondeling examen worden mede op basis van de afstudeerscriptie de vaardigheden van de stagiair in de praktijk getoetst.
2. Het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde mondelinge examen kan eerst worden afgelegd:
a. indien het getuigschrift van de opleiding is behaald, en
b. nadat aan alle overige eisen met betrekking tot de praktijkstage is voldaan.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025948
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl