BWBR0025948
Geldig vanaf 01-01-2008
Artikel 6
Verordening op de praktijkstage
1. Het stagebestuur kan betreffende de uitvoering van de in artikel 2, tweede lid, genoemde taken mandaat verlenen aan een door het bestuur als zodanig aangewezen stagebureau.
2. Het bestuur wijst op schriftelijk verzoek een stagebureau aan binnen een accountantspraktijk, een accountantsafdeling of de Belastingdienst, indien:
a. voldoende organisatorische waarborgen, waaronder menskracht, middelen en deskundigheid aanwezig zijn voor de uitvoering van de taken van het stagebureau;
b. het stagebureau een betrouwbare, volledige en controleerbare documentatie heeft met betrekking tot de praktijkstage;
c. het stagebureau zich houdt aan de bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants gestelde regels.
3. Het schriftelijk verzoek omvat een plan van aanpak waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde criteria.
4. De Orde kan een eigen stagebureau instellen.
5. Het bestuur kan de aanwijzing van een stagebureau intrekken.
2. Het bestuur wijst op schriftelijk verzoek een stagebureau aan binnen een accountantspraktijk, een accountantsafdeling of de Belastingdienst, indien:
a. voldoende organisatorische waarborgen, waaronder menskracht, middelen en deskundigheid aanwezig zijn voor de uitvoering van de taken van het stagebureau;
b. het stagebureau een betrouwbare, volledige en controleerbare documentatie heeft met betrekking tot de praktijkstage;
c. het stagebureau zich houdt aan de bij of krachtens de Wet op de Registeraccountants gestelde regels.
3. Het schriftelijk verzoek omvat een plan van aanpak waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het tweede lid genoemde criteria.
4. De Orde kan een eigen stagebureau instellen.
5. Het bestuur kan de aanwijzing van een stagebureau intrekken.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025948
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl