BWBR0026045
Geldig vanaf 2009-07-01
Artikel 2.25
Patentreglement Rijn
1. Indien er twijfel is over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de schipper, die houder is van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs, kan de bevoegde autoriteit of de bevoegde rechtbank een tijdelijk vaarverbod op de Rijn opleggen, tot een nieuwe medische verklaring als bedoeld in bijlage B2of een door de CCR als gelijkwaardig erkend bewijs wordt overgelegd; de bevoegde autoriteit informeert de CCR en de autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven over dit besluit. Wordt de twijfel op vertoon van de medische verklaring weggenomen, dan moet het opgelegde vaarverbod worden opgeheven.
De kosten voor de afgifte van de nieuwe medische verklaring worden alleen dan gedragen door de houder van het patent indien het vermoeden gegrond blijkt te zijn.
2. De bevoegde autoriteit of de bevoegde rechtbank kan aan een schipper, die houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs is, een tijdelijk of definitief vaarverbod op de Rijn opleggen:
a. bij bewezen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, of
b. bij veelvuldig overtreden van belangrijke veiligheids- of gedragsvoorschriften, in het bijzonder bij het herhaald voeren van een schip met een alcoholconcentratie in het bloed, die het in het Rijnvaartpolitiereglement vastgelegde promillage overschrijdt.
3. In geval er geen urgentie is, wordt de beschikking na verhoor van de houder van het bedoelde vaarbevoegdheidsbewijs vastgesteld; de autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven en de CCR worden van het verhoor en van de door de bevoegde autoriteit genomen beslissing in kennis gesteld.
De kosten voor de afgifte van de nieuwe medische verklaring worden alleen dan gedragen door de houder van het patent indien het vermoeden gegrond blijkt te zijn.
2. De bevoegde autoriteit of de bevoegde rechtbank kan aan een schipper, die houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs is, een tijdelijk of definitief vaarverbod op de Rijn opleggen:
a. bij bewezen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, of
b. bij veelvuldig overtreden van belangrijke veiligheids- of gedragsvoorschriften, in het bijzonder bij het herhaald voeren van een schip met een alcoholconcentratie in het bloed, die het in het Rijnvaartpolitiereglement vastgelegde promillage overschrijdt.
3. In geval er geen urgentie is, wordt de beschikking na verhoor van de houder van het bedoelde vaarbevoegdheidsbewijs vastgesteld; de autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven en de CCR worden van het verhoor en van de door de bevoegde autoriteit genomen beslissing in kennis gesteld.