BWBR0026366
Geldig vanaf 09-05-2009
Artikel 7
Huishoudelijk reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie
1. Adviseurs worden extern geworven en geselecteerd door een onafhankelijke, door het bestuur ingestelde benoemingsadviescommissie. Deze commissie draagt kandidaten voor aan het bestuur, voor de functies van adviseur en voorzitter van de adviescommissies.
2. Adviseurs melden hun functies en nevenfuncties aan het bestuur van het Fonds.
3. Adviseurs beschikken over kennis van één of meer van de volgende gebieden:
− de nationale en internationale ontwikkelingen van de disciplines: amateurkunst, cultuureducatie en/of volkscultuur;
− implementatie van de kernwoorden vernieuwing, verankering en culturele diversiteit binnen subsidieaanvragen;
− de werkwijze van culturele instellingen;
− zakelijk inzicht;
4. Adviseurs worden door het bestuur benoemd voor een periode van ten hoogste twee jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming van ten hoogste twee jaar. Voorzitters van de adviescommissies zijn adviseurs die als zodanig door het bestuur zijn benoemd. Voorzitters van de adviescommissies worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming van ten hoogste drie jaar.
5. Het bestuur kan ad-hoc-adviseurs benoemen.
6. Het bestuur kan een adviseur tussentijds uit zijn functie ontslaan.
7. Adviseurs genieten per adviescommissievergadering een door het bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht, vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reiskosten.
8. Adviseurs kunnen ook individueel gevraagd worden een advies te formuleren of andere taken uit te voeren, zij krijgen hier een door het bestuur vast te stellen vergoeding voor.
9. Reguliere aanvragen voor instellingen en natuurlijke personen worden in beginsel voor inhoudelijke beoordeling voorgelegd aan een adviescommissie of adviseur. In het kader van een integrale afweging met het oog op de gestelde prioriteiten kan het bestuur ook direct voorzien in de afhandeling van de vragen;
2. Adviseurs melden hun functies en nevenfuncties aan het bestuur van het Fonds.
3. Adviseurs beschikken over kennis van één of meer van de volgende gebieden:
− de nationale en internationale ontwikkelingen van de disciplines: amateurkunst, cultuureducatie en/of volkscultuur;
− implementatie van de kernwoorden vernieuwing, verankering en culturele diversiteit binnen subsidieaanvragen;
− de werkwijze van culturele instellingen;
− zakelijk inzicht;
4. Adviseurs worden door het bestuur benoemd voor een periode van ten hoogste twee jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming van ten hoogste twee jaar. Voorzitters van de adviescommissies zijn adviseurs die als zodanig door het bestuur zijn benoemd. Voorzitters van de adviescommissies worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming van ten hoogste drie jaar.
5. Het bestuur kan ad-hoc-adviseurs benoemen.
6. Het bestuur kan een adviseur tussentijds uit zijn functie ontslaan.
7. Adviseurs genieten per adviescommissievergadering een door het bestuur, met goedkeuring van de Raad van Toezicht, vast te stellen vacatiegeld en een vergoeding van de reiskosten.
8. Adviseurs kunnen ook individueel gevraagd worden een advies te formuleren of andere taken uit te voeren, zij krijgen hier een door het bestuur vast te stellen vergoeding voor.
9. Reguliere aanvragen voor instellingen en natuurlijke personen worden in beginsel voor inhoudelijke beoordeling voorgelegd aan een adviescommissie of adviseur. In het kader van een integrale afweging met het oog op de gestelde prioriteiten kan het bestuur ook direct voorzien in de afhandeling van de vragen;
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026366
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl