BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 1
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:
a. – de organisatorische eenheid waarbij een registeraccountant werkzaam is of waaraan een registeraccountant verbonden is en waarbinnen één of meer registeraccountants of Accountants-Administratieconsulenten voor een cliënt bedrijfsmatig professionele diensten verrichten, bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wta; of
– de accountantsorganisatie ter zake van uitgevoerde professionele diensten bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet onder de werkingssfeer van de Wta vallen;
– de organisatorische eenheid waarbij een registeraccountant werkzaam is of waaraan een registeraccountant verbonden is en waarbinnen één of meer registeraccountants of Accountants-Administratieconsulenten voor een cliënt bedrijfsmatig professionele diensten verrichten, bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wta; of
– de accountantsorganisatie ter zake van uitgevoerde professionele diensten bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet onder de werkingssfeer van de Wta vallen;
b. andere professional: de natuurlijk persoon die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor in een andere functie dan openbaar accountant en waarvan het accountantskantoor heeft vastgesteld dat: – hij een opleiding heeft genoten en met goed gevolg een erkend examen heeft afgelegd waarvan het niveau overeenkomt met een afgesloten universitaire opleiding of gelijkwaardig niveau, bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2006/43/EG, en hij voldoende kennis heeft van het vakgebied en de regelgeving ter zake van assurance-opdrachten;
– hij praktijkervaring met het uitvoeren van assurance-opdrachten heeft opgedaan; en
– hij lid is van een beroepsorganisatie anders dan het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, die door het bestuur van het NIVRA is erkend;
– hij een opleiding heeft genoten en met goed gevolg een erkend examen heeft afgelegd waarvan het niveau overeenkomt met een afgesloten universitaire opleiding of gelijkwaardig niveau, bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2006/43/EG, en hij voldoende kennis heeft van het vakgebied en de regelgeving ter zake van assurance-opdrachten;
– hij praktijkervaring met het uitvoeren van assurance-opdrachten heeft opgedaan; en
– hij lid is van een beroepsorganisatie anders dan het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, die door het bestuur van het NIVRA is erkend;
c. assurance-cliënt: de natuurlijk persoon of rechtspersoon, die anders dan in het kader van een gezagsverhouding aan een eindverantwoordelijk professional opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van een assurance-opdracht, alsmede de entiteit die verantwoordelijk is voor het object van de assurance-opdracht;
d. assurance-dossier: het geheel van gegevens en bescheiden die zijn vastgelegd tijdens het uitvoeren van een assurance-opdracht waarop de eindverantwoordelijk professional zijn verklaring of rapport baseert;
e. assurance-opdracht: de opdracht anders dan een wettelijke controle in de zin van de Wta, waarbij de eindverantwoordelijk professional een conclusie formuleert die is bedoeld om het vertrouwen van de beoogde gebruikers, niet zijnde de verantwoordelijke partij, in de uitkomst van de evaluatie of de toetsing van het object van onderzoek ten opzichte van de criteria, te versterken. De uitkomst van de evaluatie of de toetsing van het object van onderzoek is de informatie die het gevolg is van de toepassing van de omschreven criteria;
f. dagelijks beleidsbepaler: de openbaar accountant, bedoeld in artikel B1-291.2 van de VGC;
g. eindverantwoordelijk professional: de openbaar accountant of de andere professional die verantwoordelijk is voor de uitvoering van een assurance-opdracht;
h. medewerker: de eindverantwoordelijk professional en overige persoon die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor en die is betrokken bij de uitvoering van een assurance-opdracht; i. netwerk: het samenwerkingsverband waartoe het accountantskantoor behoort, dat duidelijk is gericht op het delen van winst of kosten of waarbij duidelijk sprake is van: 1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
i. netwerk: het samenwerkingsverband waartoe het accountantskantoor behoort, dat duidelijk is gericht op het delen van winst of kosten of waarbij duidelijk sprake is van: 1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
j. onafhankelijkheidsfunctionaris: de persoon belast met de uitvoering van de onafhankelijkheidsregeling, bedoeld in artikel 32;
k. openbaar accountant: de registeraccountant die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor;
l. persoon die deel uitmaakt van de hiërarchische structuur: de persoon die binnen het accountantskantoor een toezichthoudende of leidinggevende functie heeft ten aanzien van de uitvoering van een assurance-opdracht of de persoon die de evaluatie van de prestatie van een bij een assurance-opdracht betrokken medewerker voorbereidt, beoordeelt of hierop directe invloed uitoefent of anderszins de beloning van deze medewerker vaststelt;
m. stelsel van kwaliteitsbeheersing: de ter zake van assurance-opdrachten door het accountantskantoor getroffen maatregelen en ingestelde procedures ter zake van: a. de interne beheersing van het accountantskantoor met betrekking tot kwaliteit;
b. het interne onderzoek naar de naleving van de in de VGC opgenomen fundamentele beginselen door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers; en
c. het interne onderzoek ten aanzien van assurance-opdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers uitgevoerde werkzaamheden;
a. de interne beheersing van het accountantskantoor met betrekking tot kwaliteit;
b. het interne onderzoek naar de naleving van de in de VGC opgenomen fundamentele beginselen door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers; en
c. het interne onderzoek ten aanzien van assurance-opdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers uitgevoerde werkzaamheden;
n. verbonden derde: de entiteit (natuurlijk of rechtspersoon) die: a. direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is in de assurance-cliënt, indien die assurance-cliënt van materiële betekenis is voor de entiteit;
b. een direct financieel belang in de assurance-cliënt heeft, indien de entiteit invloed van betekenis kan uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid van de assurance-cliënt en het financieel belang van materiële betekenis is voor de entiteit; alsmede de entiteit
c. waarin de assurance-cliënt direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is;
d. waarin de assurance-cliënt of een daarmee verbonden derde als genoemd in onderdeel c een direct financieel belang heeft waarmee invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid van die entiteit, en dit belang van materiële betekenis is voor de assurance-cliënt en de daarmee verbonden derde, genoemd in onderdeel c; of
e. die de zustervennootschap van de assurance-cliënt is, dat wil zeggen de entiteit die door dezelfde entiteit wordt beheerst als de assurance-cliënt, indien deze zustervennootschap en de assurance-cliënt beide van materiële betekenis zijn voor de entiteit die in beide feitelijk beleidsbepalend is;
a. direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is in de assurance-cliënt, indien die assurance-cliënt van materiële betekenis is voor de entiteit;
b. een direct financieel belang in de assurance-cliënt heeft, indien de entiteit invloed van betekenis kan uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid van de assurance-cliënt en het financieel belang van materiële betekenis is voor de entiteit; alsmede de entiteit
c. waarin de assurance-cliënt direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is;
d. waarin de assurance-cliënt of een daarmee verbonden derde als genoemd in onderdeel c een direct financieel belang heeft waarmee invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid van die entiteit, en dit belang van materiële betekenis is voor de assurance-cliënt en de daarmee verbonden derde, genoemd in onderdeel c; of
e. die de zustervennootschap van de assurance-cliënt is, dat wil zeggen de entiteit die door dezelfde entiteit wordt beheerst als de assurance-cliënt, indien deze zustervennootschap en de assurance-cliënt beide van materiële betekenis zijn voor de entiteit die in beide feitelijk beleidsbepalend is;
o. VGC: de Verordening gedragscode;
p. vrijwillige controle: de controle van een financiële verantwoording van een onderneming of instelling ten behoeve van het maatschappelijk verkeer, die niet verplicht is gesteld bij of krachtens de in de bijlage bij de Wta genoemde wettelijke bepalingen; onder de financiële verantwoording is mede begrepen iedere hierop gelijkende verantwoording (bijvoorbeeld tussentijdse cijfers);
q. Wta: de Wet toezicht accountantsorganisaties.
a. – de organisatorische eenheid waarbij een registeraccountant werkzaam is of waaraan een registeraccountant verbonden is en waarbinnen één of meer registeraccountants of Accountants-Administratieconsulenten voor een cliënt bedrijfsmatig professionele diensten verrichten, bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wta; of
– de accountantsorganisatie ter zake van uitgevoerde professionele diensten bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet onder de werkingssfeer van de Wta vallen;
– de organisatorische eenheid waarbij een registeraccountant werkzaam is of waaraan een registeraccountant verbonden is en waarbinnen één of meer registeraccountants of Accountants-Administratieconsulenten voor een cliënt bedrijfsmatig professionele diensten verrichten, bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Wta; of
– de accountantsorganisatie ter zake van uitgevoerde professionele diensten bestaande uit assurance-opdrachten of aan assurance verwante opdrachten en eventueel overige opdrachten, die niet onder de werkingssfeer van de Wta vallen;
b. andere professional: de natuurlijk persoon die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor in een andere functie dan openbaar accountant en waarvan het accountantskantoor heeft vastgesteld dat: – hij een opleiding heeft genoten en met goed gevolg een erkend examen heeft afgelegd waarvan het niveau overeenkomt met een afgesloten universitaire opleiding of gelijkwaardig niveau, bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2006/43/EG, en hij voldoende kennis heeft van het vakgebied en de regelgeving ter zake van assurance-opdrachten;
– hij praktijkervaring met het uitvoeren van assurance-opdrachten heeft opgedaan; en
– hij lid is van een beroepsorganisatie anders dan het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, die door het bestuur van het NIVRA is erkend;
– hij een opleiding heeft genoten en met goed gevolg een erkend examen heeft afgelegd waarvan het niveau overeenkomt met een afgesloten universitaire opleiding of gelijkwaardig niveau, bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2006/43/EG, en hij voldoende kennis heeft van het vakgebied en de regelgeving ter zake van assurance-opdrachten;
– hij praktijkervaring met het uitvoeren van assurance-opdrachten heeft opgedaan; en
– hij lid is van een beroepsorganisatie anders dan het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, die door het bestuur van het NIVRA is erkend;
c. assurance-cliënt: de natuurlijk persoon of rechtspersoon, die anders dan in het kader van een gezagsverhouding aan een eindverantwoordelijk professional opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van een assurance-opdracht, alsmede de entiteit die verantwoordelijk is voor het object van de assurance-opdracht;
d. assurance-dossier: het geheel van gegevens en bescheiden die zijn vastgelegd tijdens het uitvoeren van een assurance-opdracht waarop de eindverantwoordelijk professional zijn verklaring of rapport baseert;
e. assurance-opdracht: de opdracht anders dan een wettelijke controle in de zin van de Wta, waarbij de eindverantwoordelijk professional een conclusie formuleert die is bedoeld om het vertrouwen van de beoogde gebruikers, niet zijnde de verantwoordelijke partij, in de uitkomst van de evaluatie of de toetsing van het object van onderzoek ten opzichte van de criteria, te versterken. De uitkomst van de evaluatie of de toetsing van het object van onderzoek is de informatie die het gevolg is van de toepassing van de omschreven criteria;
f. dagelijks beleidsbepaler: de openbaar accountant, bedoeld in artikel B1-291.2 van de VGC;
g. eindverantwoordelijk professional: de openbaar accountant of de andere professional die verantwoordelijk is voor de uitvoering van een assurance-opdracht;
h. medewerker: de eindverantwoordelijk professional en overige persoon die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor en die is betrokken bij de uitvoering van een assurance-opdracht; i. netwerk: het samenwerkingsverband waartoe het accountantskantoor behoort, dat duidelijk is gericht op het delen van winst of kosten of waarbij duidelijk sprake is van: 1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
i. netwerk: het samenwerkingsverband waartoe het accountantskantoor behoort, dat duidelijk is gericht op het delen van winst of kosten of waarbij duidelijk sprake is van: 1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
1. gemeenschappelijke eigendom, zeggenschap of bestuur;
2. gezamenlijk beleid en procedures met betrekking tot kwaliteitsbeheersing;
3. een gezamenlijke bedrijfsstrategie;
4. een gemeenschappelijke merknaam; of
5. het delen van een aanzienlijk deel van de bedrijfsmiddelen;
j. onafhankelijkheidsfunctionaris: de persoon belast met de uitvoering van de onafhankelijkheidsregeling, bedoeld in artikel 32;
k. openbaar accountant: de registeraccountant die werkzaam is bij of verbonden is aan een accountantskantoor;
l. persoon die deel uitmaakt van de hiërarchische structuur: de persoon die binnen het accountantskantoor een toezichthoudende of leidinggevende functie heeft ten aanzien van de uitvoering van een assurance-opdracht of de persoon die de evaluatie van de prestatie van een bij een assurance-opdracht betrokken medewerker voorbereidt, beoordeelt of hierop directe invloed uitoefent of anderszins de beloning van deze medewerker vaststelt;
m. stelsel van kwaliteitsbeheersing: de ter zake van assurance-opdrachten door het accountantskantoor getroffen maatregelen en ingestelde procedures ter zake van: a. de interne beheersing van het accountantskantoor met betrekking tot kwaliteit;
b. het interne onderzoek naar de naleving van de in de VGC opgenomen fundamentele beginselen door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers; en
c. het interne onderzoek ten aanzien van assurance-opdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers uitgevoerde werkzaamheden;
a. de interne beheersing van het accountantskantoor met betrekking tot kwaliteit;
b. het interne onderzoek naar de naleving van de in de VGC opgenomen fundamentele beginselen door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers; en
c. het interne onderzoek ten aanzien van assurance-opdrachten naar de kwaliteit van de door de bij het accountantskantoor werkzame of daaraan verbonden medewerkers uitgevoerde werkzaamheden;
n. verbonden derde: de entiteit (natuurlijk of rechtspersoon) die: a. direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is in de assurance-cliënt, indien die assurance-cliënt van materiële betekenis is voor de entiteit;
b. een direct financieel belang in de assurance-cliënt heeft, indien de entiteit invloed van betekenis kan uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid van de assurance-cliënt en het financieel belang van materiële betekenis is voor de entiteit; alsmede de entiteit
c. waarin de assurance-cliënt direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is;
d. waarin de assurance-cliënt of een daarmee verbonden derde als genoemd in onderdeel c een direct financieel belang heeft waarmee invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid van die entiteit, en dit belang van materiële betekenis is voor de assurance-cliënt en de daarmee verbonden derde, genoemd in onderdeel c; of
e. die de zustervennootschap van de assurance-cliënt is, dat wil zeggen de entiteit die door dezelfde entiteit wordt beheerst als de assurance-cliënt, indien deze zustervennootschap en de assurance-cliënt beide van materiële betekenis zijn voor de entiteit die in beide feitelijk beleidsbepalend is;
a. direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is in de assurance-cliënt, indien die assurance-cliënt van materiële betekenis is voor de entiteit;
b. een direct financieel belang in de assurance-cliënt heeft, indien de entiteit invloed van betekenis kan uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid van de assurance-cliënt en het financieel belang van materiële betekenis is voor de entiteit; alsmede de entiteit
c. waarin de assurance-cliënt direct of indirect feitelijk beleidsbepalend is;
d. waarin de assurance-cliënt of een daarmee verbonden derde als genoemd in onderdeel c een direct financieel belang heeft waarmee invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid van die entiteit, en dit belang van materiële betekenis is voor de assurance-cliënt en de daarmee verbonden derde, genoemd in onderdeel c; of
e. die de zustervennootschap van de assurance-cliënt is, dat wil zeggen de entiteit die door dezelfde entiteit wordt beheerst als de assurance-cliënt, indien deze zustervennootschap en de assurance-cliënt beide van materiële betekenis zijn voor de entiteit die in beide feitelijk beleidsbepalend is;
o. VGC: de Verordening gedragscode;
p. vrijwillige controle: de controle van een financiële verantwoording van een onderneming of instelling ten behoeve van het maatschappelijk verkeer, die niet verplicht is gesteld bij of krachtens de in de bijlage bij de Wta genoemde wettelijke bepalingen; onder de financiële verantwoording is mede begrepen iedere hierop gelijkende verantwoording (bijvoorbeeld tussentijdse cijfers);
q. Wta: de Wet toezicht accountantsorganisaties.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl