BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 40
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor zorgt ervoor dat zijn medewerkers hem tijdig inlichten over overtredingen van de in de VGC en de daarop gebaseerde nadere voorschriften opgenomen regelgeving inzake onafhankelijkheid.
2. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid neemt het accountantskantoor zodanige maatregelen dat deze overtredingen worden beëindigd, de gevolgen daarvan zoveel als redelijkerwijs mogelijk ongedaan worden gemaakt en herhaling daarvan wordt voorkomen.
3. Indien sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een assurance-opdracht, ziet het accountantskantoor erop toe dat de voor die assurance-opdracht eindverantwoordelijk professional één of meer van de volgende personen of organen raadpleegt:
a. de onafhankelijkheidsfunctionaris;
b. een eindverantwoordelijk professional die niet is betrokken bij de desbetreffende assurance-cliënt;
c. een daartoe geëigende commissie of afdeling binnen het accountantskantoor; of
d. het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten.
4. Het accountantskantoor beschrijft in welke omstandigheden, op welk tijdstip en op welke wijze het leidinggevende orgaan van de assurance-cliënt en, indien aanwezig, het toezichthoudende orgaan van de assurance-cliënt moeten worden geraadpleegd.
5. Het accountantskantoor maakt de hem bekend geworden overtredingen van de regelgeving inzake onafhankelijkheid bekend aan alle personen die betrokken zijn bij de behandeling van deze overtredingen.
6. Het accountantskantoor zorgt ervoor dat de personen, bedoeld in het vijfde lid, hem tijdig inlichten over de door hen naar aanleiding van de hun gemelde overtredingen van de regelgeving inzake onafhankelijkheid ondernomen acties.
2. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid neemt het accountantskantoor zodanige maatregelen dat deze overtredingen worden beëindigd, de gevolgen daarvan zoveel als redelijkerwijs mogelijk ongedaan worden gemaakt en herhaling daarvan wordt voorkomen.
3. Indien sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een assurance-opdracht, ziet het accountantskantoor erop toe dat de voor die assurance-opdracht eindverantwoordelijk professional één of meer van de volgende personen of organen raadpleegt:
a. de onafhankelijkheidsfunctionaris;
b. een eindverantwoordelijk professional die niet is betrokken bij de desbetreffende assurance-cliënt;
c. een daartoe geëigende commissie of afdeling binnen het accountantskantoor; of
d. het Nederlands Instituut van Registeraccountants of de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten.
4. Het accountantskantoor beschrijft in welke omstandigheden, op welk tijdstip en op welke wijze het leidinggevende orgaan van de assurance-cliënt en, indien aanwezig, het toezichthoudende orgaan van de assurance-cliënt moeten worden geraadpleegd.
5. Het accountantskantoor maakt de hem bekend geworden overtredingen van de regelgeving inzake onafhankelijkheid bekend aan alle personen die betrokken zijn bij de behandeling van deze overtredingen.
6. Het accountantskantoor zorgt ervoor dat de personen, bedoeld in het vijfde lid, hem tijdig inlichten over de door hen naar aanleiding van de hun gemelde overtredingen van de regelgeving inzake onafhankelijkheid ondernomen acties.
- Citeren als
- Art. 40
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl