BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 47
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat, indien één van zijn voormalige medewerkers bij een assurance-cliënt van het accountantskantoor in dienst is getreden, terwijl hij betrokken was bij de uitvoering van de assurance-opdracht bij deze assurance-cliënt, de banden van betekenis tussen het accountantskantoor en de betrokken medewerker volledig worden verbroken.
2. Van banden van betekenis als bedoeld in het eerste lid is sprake indien:
a. de vorderingen op en schulden aan de voormalig medewerker en soortgelijke financiële betrekkingen niet zijn vereffend, met uitzondering van de financiële betrekkingen die zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst en die niet worden beïnvloed door de relatie tussen de voormalig medewerker en het accountantskantoor; of
b. de voormalig medewerker deelneemt aan de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten van het accountantskantoor.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een persoon die deel heeft uitgemaakt van de hiërarchische structuur.
2. Van banden van betekenis als bedoeld in het eerste lid is sprake indien:
a. de vorderingen op en schulden aan de voormalig medewerker en soortgelijke financiële betrekkingen niet zijn vereffend, met uitzondering van de financiële betrekkingen die zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst en die niet worden beïnvloed door de relatie tussen de voormalig medewerker en het accountantskantoor; of
b. de voormalig medewerker deelneemt aan de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten van het accountantskantoor.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een persoon die deel heeft uitgemaakt van de hiërarchische structuur.
- Citeren als
- Art. 47
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl