BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 45
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat personen werkzaam bij of verbonden aan het accountantskantoor die in een positie verkeren waarin zij de uitkomsten van een assurance-opdracht kunnen beïnvloeden geen dienstbetrekking vervullen bij de desbetreffende assurance-cliënt of indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, ook niet bij een met deze controlecliënt verbonden derde.
2. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat personen werkzaam bij of verbonden aan het accountantskantoor geen zitting hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een assurance-cliënt.
3. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat, indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, de personen, genoemd in het tweede lid, ook:
a. geen zitting mogen hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of instelling die middellijk of onmiddellijk meer dan 20 procent van de stemrechten in de controlecliënt bezit;
b. geen zitting mogen hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of instelling waarin de controlecliënt middellijk of onmiddellijk meer dan 20 procent van de stemrechten bezit.
4. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle hebben de regels, bedoeld in het tweede en derde lid, ook betrekking op de personen die werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan een onderdeel van het netwerk.
2. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat personen werkzaam bij of verbonden aan het accountantskantoor geen zitting hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een assurance-cliënt.
3. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat, indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, de personen, genoemd in het tweede lid, ook:
a. geen zitting mogen hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of instelling die middellijk of onmiddellijk meer dan 20 procent van de stemrechten in de controlecliënt bezit;
b. geen zitting mogen hebben in het leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of instelling waarin de controlecliënt middellijk of onmiddellijk meer dan 20 procent van de stemrechten bezit.
4. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle hebben de regels, bedoeld in het tweede en derde lid, ook betrekking op de personen die werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan een onderdeel van het netwerk.
- Citeren als
- Art. 45
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl