BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 46
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor stelt regels vast ter zake van de indiensttreding van een medewerker bij een assurance-cliënt of indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, eveneens bij een met deze assurance-cliënt verbonden derde.
2. De in het eerste lid bedoelde regels houden ten minste in dat:
a. een medewerker die het voornemen heeft in dienst te treden bij een assurance-cliënt, terwijl hij betrokken is bij de uitvoering van een assurance-opdracht bij deze assurance-cliënt, daarvan het accountantskantoor onmiddellijk in kennis stelt;
b. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, de voor de assurance-opdracht eindverantwoordelijk professional is, het accountantskantoor een andere eindverantwoordelijk professional aanwijst; en
c. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, een andere dan de in onderdeel b bedoelde eindverantwoordelijk professional is, deze medewerker met onmiddellijke ingang niet meer betrokken is bij de assurance-opdracht;
d. de werkzaamheden van de medewerker, bedoeld in onderdeel a, die hij ten behoeve van de lopende of meest recente assurance-opdracht van de desbetreffende assurance-cliënt heeft verricht, onmiddellijk worden beoordeeld door een bij diezelfde assurance-opdracht betrokken medewerker met een hogere functie; en
e. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, de eindverantwoordelijk professional is, de beoordeling, bedoeld in onderdeel d, wordt uitgevoerd door een eindverantwoordelijk professional die niet bij die assurance-opdracht betrokken is. In de situatie dat als gevolg van de omvang van het accountantskantoor er geen eindverantwoordelijk professional is die niet bij de desbetreffende assurance-opdracht is betrokken, wordt een andere eindverantwoordelijk professional gevraagd om de in onderdeel d bedoelde beoordeling uit te voeren.
2. De in het eerste lid bedoelde regels houden ten minste in dat:
a. een medewerker die het voornemen heeft in dienst te treden bij een assurance-cliënt, terwijl hij betrokken is bij de uitvoering van een assurance-opdracht bij deze assurance-cliënt, daarvan het accountantskantoor onmiddellijk in kennis stelt;
b. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, de voor de assurance-opdracht eindverantwoordelijk professional is, het accountantskantoor een andere eindverantwoordelijk professional aanwijst; en
c. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, een andere dan de in onderdeel b bedoelde eindverantwoordelijk professional is, deze medewerker met onmiddellijke ingang niet meer betrokken is bij de assurance-opdracht;
d. de werkzaamheden van de medewerker, bedoeld in onderdeel a, die hij ten behoeve van de lopende of meest recente assurance-opdracht van de desbetreffende assurance-cliënt heeft verricht, onmiddellijk worden beoordeeld door een bij diezelfde assurance-opdracht betrokken medewerker met een hogere functie; en
e. indien de medewerker, bedoeld in onderdeel a, de eindverantwoordelijk professional is, de beoordeling, bedoeld in onderdeel d, wordt uitgevoerd door een eindverantwoordelijk professional die niet bij die assurance-opdracht betrokken is. In de situatie dat als gevolg van de omvang van het accountantskantoor er geen eindverantwoordelijk professional is die niet bij de desbetreffende assurance-opdracht is betrokken, wordt een andere eindverantwoordelijk professional gevraagd om de in onderdeel d bedoelde beoordeling uit te voeren.
- Citeren als
- Art. 46
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl