BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 43
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor stelt regels vast ter zake van de toelaatbaarheid van het hebben van financiële, zakelijke en andere relaties met een assurance-cliënt. Deze regels zijn erop gericht te voorkomen dat deze financiële, zakelijke en andere relaties een onaanvaardbare bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van het accountantskantoor en zijn medewerkers.
2. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, hebben de in het eerste lid bedoelde regels ook betrekking op andere onderdelen van het netwerk en op financiële, zakelijke en andere relaties met een met de controlecliënt verbonden derde.
3. De in het eerste lid bedoelde regels houden ten minste in dat het voor het accountantskantoor niet is toegestaan:
a. een direct financieel belang in een assurance-cliënt te hebben;
b. een indirect financieel belang in een assurance-cliënt te hebben, dat voor ten minste één van de betrokken partijen van niet te verwaarlozen betekenis is; of
c. een direct of indirect financieel belang in een met de opdrachtgever tot een vrijwillige controle verbonden derde te hebben, dat voor ten minste één van de betrokken partijen van niet te verwaarlozen betekenis is.
4. Indien sprake is van een vrijwillige controle geldt het bepaalde in het derde lid eveneens voor een ander onderdeel van het netwerk.
5. De in het eerste lid bedoelde regels houden tevens in dat het voor het accountantskantoor is toegestaan de in dat lid bedoelde relaties aan te gaan met een assurance-cliënt of de leiding daarvan, indien deze relaties en de met die relaties overeen te komen verbintenissen:
a. passen in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van het accountantskantoor; en
b. geen onaanvaardbare bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van het accountantskantoor.
6. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle geldt het bepaalde in het vijfde lid ook voor relaties van andere onderdelen van het netwerk en voor relaties met een met de controlecliënt verbonden derde of de leiding van die derde.
2. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle, hebben de in het eerste lid bedoelde regels ook betrekking op andere onderdelen van het netwerk en op financiële, zakelijke en andere relaties met een met de controlecliënt verbonden derde.
3. De in het eerste lid bedoelde regels houden ten minste in dat het voor het accountantskantoor niet is toegestaan:
a. een direct financieel belang in een assurance-cliënt te hebben;
b. een indirect financieel belang in een assurance-cliënt te hebben, dat voor ten minste één van de betrokken partijen van niet te verwaarlozen betekenis is; of
c. een direct of indirect financieel belang in een met de opdrachtgever tot een vrijwillige controle verbonden derde te hebben, dat voor ten minste één van de betrokken partijen van niet te verwaarlozen betekenis is.
4. Indien sprake is van een vrijwillige controle geldt het bepaalde in het derde lid eveneens voor een ander onderdeel van het netwerk.
5. De in het eerste lid bedoelde regels houden tevens in dat het voor het accountantskantoor is toegestaan de in dat lid bedoelde relaties aan te gaan met een assurance-cliënt of de leiding daarvan, indien deze relaties en de met die relaties overeen te komen verbintenissen:
a. passen in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening van het accountantskantoor; en
b. geen onaanvaardbare bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van het accountantskantoor.
6. Indien sprake is van een opdracht tot een vrijwillige controle geldt het bepaalde in het vijfde lid ook voor relaties van andere onderdelen van het netwerk en voor relaties met een met de controlecliënt verbonden derde of de leiding van die derde.
- Citeren als
- Art. 43
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl