BWBR0027001
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 50
Nadere voorschriften accountantskantoren ter zake van assurance-opdrachten
1. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat geen persoon bij een vrijwillige controle wordt ingeschakeld die een gezinslid heeft dat:
a. een hoge bestuursfunctie bekleedt bij die controlecliënt;
b. bij die controlecliënt in een zodanige andere positie verkeert dat hij directe invloed kan uitoefenen op het object van onderzoek van die vrijwillige controle;
c. weliswaar ten tijde van de uitvoering van die vrijwillige controle geen functie bekleedt, als genoemd in onderdeel a of b, maar wel een dergelijke functie bekleedde in de periode waarop die vrijwillige controle betrekking heeft;
d. een financieel belang heeft in die controlecliënt, tenzij het belang van te verwaarlozen betekenis is; of
e. met die controlecliënt een zakelijke relatie onderhoudt, tenzij deze relatie past in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening en slechts een te verwaarlozen bedreiging vormt voor de onafhankelijkheid van die persoon.
2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben eveneens betrekking op de in het eerste lid bedoelde personen werkzaam bij of verbonden aan een ander onderdeel van het netwerk.
3. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat geen vrijwillige controle wordt uitgevoerd vanuit een vestiging waarbij of waaraan een eindverantwoordelijk professional werkzaam of verbonden is die niet bij de desbetreffende vrijwillige controle is betrokken of een persoon werkzaam is die deel uitmaakt van de hiërarchische structuur, indien één van hen dan wel beiden een gezinslid heeft dan wel hebben dat voldoet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde criteria.
4. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat een persoon die deel uitmaakt van zijn hiërarchische structuur niet betrokken is bij een beslissing die rechtstreeks met een vrijwillige controle verband houdt, indien een gezinslid van die persoon voldoet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde criteria.
a. een hoge bestuursfunctie bekleedt bij die controlecliënt;
b. bij die controlecliënt in een zodanige andere positie verkeert dat hij directe invloed kan uitoefenen op het object van onderzoek van die vrijwillige controle;
c. weliswaar ten tijde van de uitvoering van die vrijwillige controle geen functie bekleedt, als genoemd in onderdeel a of b, maar wel een dergelijke functie bekleedde in de periode waarop die vrijwillige controle betrekking heeft;
d. een financieel belang heeft in die controlecliënt, tenzij het belang van te verwaarlozen betekenis is; of
e. met die controlecliënt een zakelijke relatie onderhoudt, tenzij deze relatie past in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening en slechts een te verwaarlozen bedreiging vormt voor de onafhankelijkheid van die persoon.
2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben eveneens betrekking op de in het eerste lid bedoelde personen werkzaam bij of verbonden aan een ander onderdeel van het netwerk.
3. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat geen vrijwillige controle wordt uitgevoerd vanuit een vestiging waarbij of waaraan een eindverantwoordelijk professional werkzaam of verbonden is die niet bij de desbetreffende vrijwillige controle is betrokken of een persoon werkzaam is die deel uitmaakt van de hiërarchische structuur, indien één van hen dan wel beiden een gezinslid heeft dan wel hebben dat voldoet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde criteria.
4. Het accountantskantoor stelt regels vast die erin voorzien dat een persoon die deel uitmaakt van zijn hiërarchische structuur niet betrokken is bij een beslissing die rechtstreeks met een vrijwillige controle verband houdt, indien een gezinslid van die persoon voldoet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde criteria.
- Citeren als
- Art. 50
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027001
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl