BWBR0027185
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 7
Subsidieverordening Bedrijfschap Horeca en Catering
1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds zijn gestart;
b. de activiteiten niet of niet geheel zal plaatsvinden;
c. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
g. de activiteiten niet passen binnen het beleid van het bedrijfschap;
h. niet wordt of zal worden voldaan aan de bepalingen als gesteld in deze verordening.
2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
c. achterstallige vorderingen van het bedrijfschap op de aanvrager niet zijn voldaan;
a. de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds zijn gestart;
b. de activiteiten niet of niet geheel zal plaatsvinden;
c. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
d. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.
e. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
f. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende middelen kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
g. de activiteiten niet passen binnen het beleid van het bedrijfschap;
h. niet wordt of zal worden voldaan aan de bepalingen als gesteld in deze verordening.
2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager:
a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of
b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
c. achterstallige vorderingen van het bedrijfschap op de aanvrager niet zijn voldaan;
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027185
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl