BWBR0027185
Geldig vanaf 01-01-2010
Artikel 8
Subsidieverordening Bedrijfschap Horeca en Catering
1. De subsidieontvanger kan verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot:
a. de aard en de omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. de te verzekeren risico's;
d. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
e. het verstrekken van gegevens en bescheiden benodigd voor het vaststellen van de subsidie;
f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van belang zijn;
g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
2. De subsidieontvanger kan andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot onder meer:
a. de manier waarop het bedrijfschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteiten;
b. de wijze van rapportage;
c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteiten moeten zijn afgerond.
3. De subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening ook overigens verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot onder meer:
a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
b. het uitgeven van rapportages aan het bedrijfschap;
c. de auteursrechten op de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte werken;
d. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten ten behoeve van andere branches;
e. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteiten uitvoert;
f. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger worden de verplichtingen opgelegd die voortvloeien uit de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999, voor zover deze van toepassing zijn.
a. de aard en de omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de administratie van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. de te verzekeren risico's;
d. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
e. het verstrekken van gegevens en bescheiden benodigd voor het vaststellen van de subsidie;
f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van belang zijn;
g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.
2. De subsidieontvanger kan andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, met betrekking tot onder meer:
a. de manier waarop het bedrijfschap betrokken is bij het verloop van de te subsidiëren activiteiten;
b. de wijze van rapportage;
c. de termijn waarbinnen de te subsidiëren activiteiten moeten zijn afgerond.
3. De subsidieontvanger kan bij de subsidieverlening ook overigens verplichtingen worden opgelegd met betrekking tot onder meer:
a. de bekendmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten;
b. het uitgeven van rapportages aan het bedrijfschap;
c. de auteursrechten op de in het kader van de gesubsidieerde activiteiten voortgebrachte werken;
d. het gebruik van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten ten behoeve van andere branches;
e. de keuze van de instelling die de te subsidiëren activiteiten uitvoert;
f. de evaluatie van de gesubsidieerde activiteiten.
4. De subsidieontvanger worden de verplichtingen opgelegd die voortvloeien uit de Verordening financiën bedrijfslichamen 1999, voor zover deze van toepassing zijn.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027185
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl