BWBR0027686
Geldig vanaf 01-08-2010
Artikel 8A
Reglement Vervangingsfonds Primair Onderwijs voor het schooljaar 2010–2011
Onverminderd het bepaalde in dit reglement vindt geen bekostiging plaats voor de vervanging van een afwezig personeelslid, dat meer dan 30 maanden arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) danwel de WIA.
De bovengenoemde periode van 30 maanden wordt (zowel in geval van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO als in geval van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA) verlengd met de periode dat een personeelslid gebruik maakt van zwangerschaps- en bevallingsverlof en met de periode van ziekte verband houdend met zwangerschap en bevalling gedurende de periode tussen het begin van de zwangerschap en het einde van het bevallingsverlof.
Indien het bevoegd gezag een personeelslid dat arbeidsongeschikt is in de zin van de WAO, op grond van een door UWV uitgebracht negatief functie-ongeschiktheidsadvies niet kan ontslaan, wordt de periode van 30 maanden verlengd tot het moment dat het personeelslid op grond van een alsnog uitgebracht positief functie-ongeschiktheidsadvies, kan worden ontslagen.
Dit onder voorwaarde dat de werkgever in de 18e maand na de eerste ziektedag het functieongeschiktheidsadvies heeft aangevraagd en dat hij, onverminderd het bepaalde in artikel 20, eerste lid, BZA telkens binnen 6 weken na ontvangst van het negatieve functie-ongeschiktheidsadvies een nieuwe aanvraag heeft ingediend.
Indien het bevoegd gezag een personeelslid dat arbeidsongeschikt is in de zin van de WIA, niet kan ontslaan omdat UWV in het kader van de WIA-beschikking aangeeft dat redelijkerwijs te verwachten is dat betrokkene na twee jaar arbeidsongeschiktheid binnen zes maanden hersteld zal zijn – en na afloop van 30 maanden blijkt dat betrokkene desondanks niet hersteld is – doet zich de situatie voor dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA en tevens van ziekte in de zin van het BZA. Het bevoegd gezag kan echter niet tot ontslag overgaan. In dat geval blijft het Vervangingsfonds de vervangingskosten betalen ook na afloop van de 30 maanden.
Dit onder voorwaarde dat het bevoegd gezag aanstonds na afloop van de 30 maanden een deskundigenoordeel aanvraagt bij UWV ten aanzien van de vraag of op dat moment herstel redelijkerwijs binnen zes maanden te verwachten is. Deze aanvraag wordt elke zes maanden herhaald totdat UWV aangeeft dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat betrokkene binnen zes maanden hersteld zal zijn.
De vervangingsbekostiging loopt door tot het moment dat het personeelslid naar aanleiding van het deskundigenonderzoek kan worden ontslagen.
De bovengenoemde periode van 30 maanden wordt (zowel in geval van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO als in geval van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA) verlengd met de periode dat een personeelslid gebruik maakt van zwangerschaps- en bevallingsverlof en met de periode van ziekte verband houdend met zwangerschap en bevalling gedurende de periode tussen het begin van de zwangerschap en het einde van het bevallingsverlof.
Indien het bevoegd gezag een personeelslid dat arbeidsongeschikt is in de zin van de WAO, op grond van een door UWV uitgebracht negatief functie-ongeschiktheidsadvies niet kan ontslaan, wordt de periode van 30 maanden verlengd tot het moment dat het personeelslid op grond van een alsnog uitgebracht positief functie-ongeschiktheidsadvies, kan worden ontslagen.
Dit onder voorwaarde dat de werkgever in de 18e maand na de eerste ziektedag het functieongeschiktheidsadvies heeft aangevraagd en dat hij, onverminderd het bepaalde in artikel 20, eerste lid, BZA telkens binnen 6 weken na ontvangst van het negatieve functie-ongeschiktheidsadvies een nieuwe aanvraag heeft ingediend.
Indien het bevoegd gezag een personeelslid dat arbeidsongeschikt is in de zin van de WIA, niet kan ontslaan omdat UWV in het kader van de WIA-beschikking aangeeft dat redelijkerwijs te verwachten is dat betrokkene na twee jaar arbeidsongeschiktheid binnen zes maanden hersteld zal zijn – en na afloop van 30 maanden blijkt dat betrokkene desondanks niet hersteld is – doet zich de situatie voor dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA en tevens van ziekte in de zin van het BZA. Het bevoegd gezag kan echter niet tot ontslag overgaan. In dat geval blijft het Vervangingsfonds de vervangingskosten betalen ook na afloop van de 30 maanden.
Dit onder voorwaarde dat het bevoegd gezag aanstonds na afloop van de 30 maanden een deskundigenoordeel aanvraagt bij UWV ten aanzien van de vraag of op dat moment herstel redelijkerwijs binnen zes maanden te verwachten is. Deze aanvraag wordt elke zes maanden herhaald totdat UWV aangeeft dat redelijkerwijs niet te verwachten is dat betrokkene binnen zes maanden hersteld zal zijn.
De vervangingsbekostiging loopt door tot het moment dat het personeelslid naar aanleiding van het deskundigenonderzoek kan worden ontslagen.
- Citeren als
- Art. 8A
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027686
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl