BWBR0028052
Geldig vanaf 18-07-2010
Artikel 4
Verordening hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 2009
1. De ondernemer draagt er zorg voor dat een onderzoek van koppels kalkoenen en broedeieren op de aanwezigheid van Salmonella plaatsvindt door middel van monstername, detectie en serotypering van de genomen monsters.
2. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent draagt er zorg voor dat onderzoek op de aanwezigheid van Campylobacter door middel van monstername en detectie van de genomen monsters plaatsvindt, voordat het betreffende koppel van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
3. a. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit bij een koppel vleeskalkoenen maximaal 21 dagen voordat dit koppel vleeskalkoenen van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij;
b. De voorzitter laat bij tien procent van de vleeskalkoenbedrijven één maal per kalenderjaar een monstername uitvoeren;
c. De in b. genoemde monstername kan in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
4. a. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername om de drie weken uit, vanaf de leeftijd van 30 weken van het koppel, op het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf;
b. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit 1) bij de aankomst van de eendagskuikens op het bedrijf en 2) vier weken na plaatsing van het koppel en 3) twee weken voor overplaatsing van het koppel naar het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf;
c. De voorzitter laat bij tien procent van de fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven één maal per kalenderjaar een monstername uitvoeren;
d. De in c. genoemde monstername kan in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
5. De detectie van Salmonella van de in het eerste, derde en vierde lid bedoelde monsters en de detectie van Campylobacter van de in het tweede lid bedoelde monsters, wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium.
6. Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is gedetecteerd, laat de ondernemer het monster serotyperen door een erkend laboratorium.
7. Wanneer een erkend laboratorium het serotype van Salmonella heeft bepaald, meldt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kalkoenkuikenbroederij uitoefent dit uiterlijk binnen één werkdag nadat de uitslag van de serotyopering bekend is aan GD en kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren van het bemonsterde koppel dan wel van het koppel waarvan de bemonsterde broedeieren afkomstig zijn.
8. De ondernemer bewaart de resultaten van de in het eerste, tweede en vijfde lid bedoelde detectie, de resultaten van de in het zesde lid bedoelde serotypering en de resultaten van het in het zevende lid bedoelde verificatieonderzoek gedurende ten minste twee jaren.
9. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop en de frequentie waarmee de monstername plaatsvindt.
10. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de erkenningsvoorwaarden en werkwijzen van laboratoria.
2. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent draagt er zorg voor dat onderzoek op de aanwezigheid van Campylobacter door middel van monstername en detectie van de genomen monsters plaatsvindt, voordat het betreffende koppel van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
3. a. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit bij een koppel vleeskalkoenen maximaal 21 dagen voordat dit koppel vleeskalkoenen van het vleeskalkoenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij;
b. De voorzitter laat bij tien procent van de vleeskalkoenbedrijven één maal per kalenderjaar een monstername uitvoeren;
c. De in b. genoemde monstername kan in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
4. a. De ondernemer die een fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername om de drie weken uit, vanaf de leeftijd van 30 weken van het koppel, op het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf;
b. De ondernemer die een opfokbedrijf uitoefent, voert de in het eerste lid bedoelde monstername uit 1) bij de aankomst van de eendagskuikens op het bedrijf en 2) vier weken na plaatsing van het koppel en 3) twee weken voor overplaatsing van het koppel naar het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf;
c. De voorzitter laat bij tien procent van de fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven één maal per kalenderjaar een monstername uitvoeren;
d. De in c. genoemde monstername kan in de plaats treden van de in a. genoemde monstername.
5. De detectie van Salmonella van de in het eerste, derde en vierde lid bedoelde monsters en de detectie van Campylobacter van de in het tweede lid bedoelde monsters, wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium.
6. Wanneer met het in het eerste lid bedoelde onderzoek de aanwezigheid van Salmonella is gedetecteerd, laat de ondernemer het monster serotyperen door een erkend laboratorium.
7. Wanneer een erkend laboratorium het serotype van Salmonella heeft bepaald, meldt de ondernemer die een fokbedrijf, opfokbedrijf, vermeerderingsbedrijf of kalkoenkuikenbroederij uitoefent dit uiterlijk binnen één werkdag nadat de uitslag van de serotyopering bekend is aan GD en kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren van het bemonsterde koppel dan wel van het koppel waarvan de bemonsterde broedeieren afkomstig zijn.
8. De ondernemer bewaart de resultaten van de in het eerste, tweede en vijfde lid bedoelde detectie, de resultaten van de in het zesde lid bedoelde serotypering en de resultaten van het in het zevende lid bedoelde verificatieonderzoek gedurende ten minste twee jaren.
9. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de wijze waarop en de frequentie waarmee de monstername plaatsvindt.
10. Het bestuur stelt bij besluit nadere regels vast ten aanzien van de erkenningsvoorwaarden en werkwijzen van laboratoria.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028052
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl