BWBR0028079
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
1. Onze Minister kan buitengewone agenten van politie aanstellen, bevorderen, schorsen en ontslaan.
2. De buitengewoon agent van politie beschikt over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13 voor zover dat in zijn aanstellingsbesluit is bepaald. De ambtsinstructie is van toepassing.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op degenen die op grond van de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba bevoegd zijn om in de rechtmatige uitoefening van bevoegdheden ter uitvoering van de taken van de Kustwacht, geweld te gebruiken.
4. De landen stellen bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels over de aanstelling, bevordering, schorsing en het ontslag als buitengewone agenten van politie alsmede over de eisen van bekwaamheid, geschiktheid en betrouwbaarheid waaraan zij moeten voldoen. Zij nemen daarbij de onderlinge regeling, bedoeld in artikel 41, eerste lid, in acht.
5. De landen kunnen bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de taken regelen van buitengewone agenten van politie.
2. De buitengewoon agent van politie beschikt over de bevoegdheden, bedoeld in artikel 13 voor zover dat in zijn aanstellingsbesluit is bepaald. De ambtsinstructie is van toepassing.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op degenen die op grond van de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba bevoegd zijn om in de rechtmatige uitoefening van bevoegdheden ter uitvoering van de taken van de Kustwacht, geweld te gebruiken.
4. De landen stellen bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels over de aanstelling, bevordering, schorsing en het ontslag als buitengewone agenten van politie alsmede over de eisen van bekwaamheid, geschiktheid en betrouwbaarheid waaraan zij moeten voldoen. Zij nemen daarbij de onderlinge regeling, bedoeld in artikel 41, eerste lid, in acht.
5. De landen kunnen bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur de taken regelen van buitengewone agenten van politie.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028079
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl