BWBR0028194
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Wet elektriciteitsconcessies BES
1. Nadat goedkeuring is verkregen voor het gebruik maken van openbare wegen of wateren voor aanleg, instandhouding of bewaking der werken, kan door het bestuurscollege op aanvraag van de ondernemer voor het gebruik van bedoelde wegen en wateren toestemming of ontheffing van de desbetreffende voorschriften worden verleend.
2. Ingeval voor de aanleg, instandhouding of bewaking der werken, als bedoeld in artikel 5, gebruik moet worden gemaakt van aan een eilandgebied behorende openbare wegen of wateren, kan door het betrokken bestuurscollege op aanvrage van de ondernemer voor het gebruik van bedoelde wegen of wateren toestemming of ontheffing van de desbetreffende voorschriften worden verleend.
3. Aan de in het eerste en tweede lid bedoelde toestemming of ontheffing kunnen voorwaarden en verplichtingen worden verbonden, die op grond van de toestemming of ontheffing in het belang van het eilandgebied moeten worden gesteld. Dit voorschrift vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van afwijkingen van de goedgekeurde plannen als bedoeld in het tweede lid van artikel 5.
4. Wanneer ten behoeve van leidingen, ontgraving, afdamming of andere beschadiging van boven bedoelde wegen of wateren nodig is, is de ondernemer verplicht, alvorens met de werkzaamheden aan te vangen, hiervoor toestemming te verzoeken aan het Bestuurscollege. Na afloop van de werkzaamheden is de ondernemer verplicht de wegen of wateren behoorlijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen, tenzij het Bestuurscollege bij evenbedoelde toestemming heeft bepaald dat de herstellingen op kosten van de ondernemer zullen geschieden.
2. Ingeval voor de aanleg, instandhouding of bewaking der werken, als bedoeld in artikel 5, gebruik moet worden gemaakt van aan een eilandgebied behorende openbare wegen of wateren, kan door het betrokken bestuurscollege op aanvrage van de ondernemer voor het gebruik van bedoelde wegen of wateren toestemming of ontheffing van de desbetreffende voorschriften worden verleend.
3. Aan de in het eerste en tweede lid bedoelde toestemming of ontheffing kunnen voorwaarden en verplichtingen worden verbonden, die op grond van de toestemming of ontheffing in het belang van het eilandgebied moeten worden gesteld. Dit voorschrift vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van afwijkingen van de goedgekeurde plannen als bedoeld in het tweede lid van artikel 5.
4. Wanneer ten behoeve van leidingen, ontgraving, afdamming of andere beschadiging van boven bedoelde wegen of wateren nodig is, is de ondernemer verplicht, alvorens met de werkzaamheden aan te vangen, hiervoor toestemming te verzoeken aan het Bestuurscollege. Na afloop van de werkzaamheden is de ondernemer verplicht de wegen of wateren behoorlijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen, tenzij het Bestuurscollege bij evenbedoelde toestemming heeft bepaald dat de herstellingen op kosten van de ondernemer zullen geschieden.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028194
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl