BWBR0028262
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2
Wet opruiming van schepen en wrakken BES
1. Onze minister is beheerder van de zee en past in het kader van deze wet als zodanig de aan hem toegekende beheerdersbevoegdheden toe.
2. Bij ministeriële regeling kan een bestuurscollege worden aangewezen als beheerder van een gedeelte van de zee, onder bij die ministeriële regeling te stellen voorschriften.
3. Het krachtens het tweede lid aangewezen bestuurscollege past de in het kader van deze wet aan de beheerder toegekende beheerdersbevoegdheden toe.
4. Onze minister of het betrokken bestuurscollege kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, mandateren aan een instantie of rechtspersoon die deze bevoegdheid namens hem, onder door hem te stellen voorwaarden en voorschriften, uitoefent.
5. Bij toepassing van het vierde lid rapporteert de mandataris om de zes maanden aan de mandans. Desgewenst kan de mandans tussentijds inlichtingen opvragen aan de mandataris.
6. Het mandaat, bedoeld in het vierde lid, wordt in de de Staatscourant bekendgemaakt.
2. Bij ministeriële regeling kan een bestuurscollege worden aangewezen als beheerder van een gedeelte van de zee, onder bij die ministeriële regeling te stellen voorschriften.
3. Het krachtens het tweede lid aangewezen bestuurscollege past de in het kader van deze wet aan de beheerder toegekende beheerdersbevoegdheden toe.
4. Onze minister of het betrokken bestuurscollege kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, mandateren aan een instantie of rechtspersoon die deze bevoegdheid namens hem, onder door hem te stellen voorwaarden en voorschriften, uitoefent.
5. Bij toepassing van het vierde lid rapporteert de mandataris om de zes maanden aan de mandans. Desgewenst kan de mandans tussentijds inlichtingen opvragen aan de mandataris.
6. Het mandaat, bedoeld in het vierde lid, wordt in de de Staatscourant bekendgemaakt.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028262
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl