BWBR0028262
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9
Wet opruiming van schepen en wrakken BES
1. Van het tijdstip, waarop door de beheerder tot opruiming zal worden overgegaan, wordt door of namens hem in een of meer nieuwsbladen kennisgeving gedaan, en wel tenminste tweemaal vierentwintig uren van te voren.
2. Indien de beheerder onverwijlde opruiming noodzakelijk acht, wordt de kennisgeving zo spoedig mogelijk gedaan, met vermelding van de redenen, welke de onverwijlde opruiming noodzakelijk maken of gemaakt hebben.
3. Voorts zal de beheerder in de kennisgeving de positie van lichten en markeringsboeien met betrekking tot het wrak aangeven.
4. De kennisgeving bevat, zo zij de opruiming van een schip geldt, zo mogelijk opgaaf van de naam van de kapitein en van het vaartuig, en van de aard van de op te ruimen voorwerpen.
5. Indien de beheerder in een noodgeval, bedoeld in het tweede lid, het wrak opruimt, stelt hij de scheepsbeheerder, indien deze bekend is, schriftelijk in kennis van de te nemen maatregelen.
2. Indien de beheerder onverwijlde opruiming noodzakelijk acht, wordt de kennisgeving zo spoedig mogelijk gedaan, met vermelding van de redenen, welke de onverwijlde opruiming noodzakelijk maken of gemaakt hebben.
3. Voorts zal de beheerder in de kennisgeving de positie van lichten en markeringsboeien met betrekking tot het wrak aangeven.
4. De kennisgeving bevat, zo zij de opruiming van een schip geldt, zo mogelijk opgaaf van de naam van de kapitein en van het vaartuig, en van de aard van de op te ruimen voorwerpen.
5. Indien de beheerder in een noodgeval, bedoeld in het tweede lid, het wrak opruimt, stelt hij de scheepsbeheerder, indien deze bekend is, schriftelijk in kennis van de te nemen maatregelen.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028262
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl