BWBR0028363
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 17
Begrafeniswet BES
Zonder vergunning van het bestuurscollege, de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige gehoord, mogen geene begraafplaatsen worden aangelegd op een afstand van minder dan 50 Meter van gebouwen tot bewoning dienende of bestemd en zonder die vergunning mogen, binnen gelijken afstand van eene begraafplaats, geene gebouwen ter bewoning worden opgericht of putten worden gegraven.
Van dit verbod zijn uitgezonderd: doodgravers-woningen en pastorieën of kostershuizen, ten dienste der begraafplaats te stichten.
Het uitbreiden eener bestaande begraafplaats wordt, voor deze wet, met het aanleggen eener nieuwe begraafplaats gelijk gesteld.
Het verbod in het eerste lid vermeld omtrent het oprichten van gebouwen ter bewoning is niet toepasselijk op het oprichten van gebouwen ter bewoning binnen de op 1 September 1918 bestaande bebouwde lijnen.
Van dit verbod zijn uitgezonderd: doodgravers-woningen en pastorieën of kostershuizen, ten dienste der begraafplaats te stichten.
Het uitbreiden eener bestaande begraafplaats wordt, voor deze wet, met het aanleggen eener nieuwe begraafplaats gelijk gesteld.
Het verbod in het eerste lid vermeld omtrent het oprichten van gebouwen ter bewoning is niet toepasselijk op het oprichten van gebouwen ter bewoning binnen de op 1 September 1918 bestaande bebouwde lijnen.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028363
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl