BWBR0028363
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 31
Begrafeniswet BES
Een graf mag niet geroerd worden dan na drie jaren na de begraving.
De overblijfselen van lijken en kisten worden in een afzonderlijk gedeelte van de begraafplaats begraven of, met toepassing van artikel 16 van de Crematiewet BES, in een crematorium verbrand.
Voor zover begraving plaatsvindt, mogen zij niet in een geruimd graf of grafkelder worden achtergelaten.
Het verbod van alinea 1 is niet van toepassing op graven, waaruit eene lijkkist wordt weggenomen na verkregen toestemming, als bedoeld in het eerste lid van artikel 9.
De overblijfselen van lijken en kisten worden in een afzonderlijk gedeelte van de begraafplaats begraven of, met toepassing van artikel 16 van de Crematiewet BES, in een crematorium verbrand.
Voor zover begraving plaatsvindt, mogen zij niet in een geruimd graf of grafkelder worden achtergelaten.
Het verbod van alinea 1 is niet van toepassing op graven, waaruit eene lijkkist wordt weggenomen na verkregen toestemming, als bedoeld in het eerste lid van artikel 9.
- Citeren als
- Art. 31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028363
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl