BWBR0028364
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9
Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES
1. De persoon die stemgerechtigde aandelen boven de in het eerste lid van artikel 8 bedoelde drempel door welke oorzaak dan ook is gaan houden zonder toestemming van het bestuur en de raad van commissarissen van de vennootschap of anders dan als gevolg van een openbaar bod als bedoeld in artikel 10, is verplicht onmiddellijk zijn aandelenbezit tot beneden die drempel te brengen.
2. Indien de bedoelde drempel onopzettelijk of buiten toedoen van de persoon of van met hem gelieerde partijen werd overtreden, is het bestuur met toestemming van de raad van commissarissen bevoegd om de persoon alsnog geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de verplichting om zijn aandelenbezit beneden de drempel te brengen, welke ontheffing onder voorwaarden verleend kan worden.
3. Binnen tien dagen nadat een persoon onopzettelijk of buiten zijn toedoen en buiten het toedoen van met hem gelieerde partijen, stemgerechtigde aandelen is gaan houden boven de bedoelde drempel, of nadat hem dat feit bekend werd, of nadat een verzoek tot ontheffing als in het eerste lid bedoeld is afgewezen, kan de persoon aan het bestuur zijn voornemen kenbaar maken om een openbaar bod als in artikel 10 bedoeld uit te brengen, in welk geval hij niet verplicht is zijn aandelenbezit tot beneden de drempel terug te brengen. De verplichting herleeft evenwel zodra hij van dat voornemen afziet.
2. Indien de bedoelde drempel onopzettelijk of buiten toedoen van de persoon of van met hem gelieerde partijen werd overtreden, is het bestuur met toestemming van de raad van commissarissen bevoegd om de persoon alsnog geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de verplichting om zijn aandelenbezit beneden de drempel te brengen, welke ontheffing onder voorwaarden verleend kan worden.
3. Binnen tien dagen nadat een persoon onopzettelijk of buiten zijn toedoen en buiten het toedoen van met hem gelieerde partijen, stemgerechtigde aandelen is gaan houden boven de bedoelde drempel, of nadat hem dat feit bekend werd, of nadat een verzoek tot ontheffing als in het eerste lid bedoeld is afgewezen, kan de persoon aan het bestuur zijn voornemen kenbaar maken om een openbaar bod als in artikel 10 bedoeld uit te brengen, in welk geval hij niet verplicht is zijn aandelenbezit tot beneden de drempel terug te brengen. De verplichting herleeft evenwel zodra hij van dat voornemen afziet.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028364
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl