BWBR0028424
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Wet voortgezet onderwijs BES
1. Het onderwijs aan de dagscholen, bedoeld in de artikelen 7 tot en met 9 , vangt aan met een periode van basisvorming, die twee leerjaren beslaat.
2. Gedurende de periode van basisvorming wordt onderwijs gegeven in de vakken Nederlandse taal, Engelse taal, Spaanse taal, mens en maatschappij, wiskunde, informatiekunde, mens en natuur, techniek, verzorging, lichamelijke opvoeding, begeleidingslessen en ten minste twee van de vakken muziek, drama en beeldende vorming. In het openbare lichaam Bonaire wordt tevens onderwijs gegeven in het vak Papiamentu.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld waaronder een leerling wordt vrijgesteld van één of meer van de in het tweede lid genoemde vakken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld omtrent het geven van onderwijs in de Franse of Duitse taal.
5. Ten aanzien van de vakken, genoemd in het tweede lid, worden telkens voor een periode van ten hoogste vijf jaar bij algemene maatregel van bestuur kerndoelen vastgesteld. Vaststelling van kerndoelen voor een volgende periode vindt plaats met inachtneming van een door Onze Minister verrichte evaluatie van de geldende kerndoelen.
2. Gedurende de periode van basisvorming wordt onderwijs gegeven in de vakken Nederlandse taal, Engelse taal, Spaanse taal, mens en maatschappij, wiskunde, informatiekunde, mens en natuur, techniek, verzorging, lichamelijke opvoeding, begeleidingslessen en ten minste twee van de vakken muziek, drama en beeldende vorming. In het openbare lichaam Bonaire wordt tevens onderwijs gegeven in het vak Papiamentu.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld waaronder een leerling wordt vrijgesteld van één of meer van de in het tweede lid genoemde vakken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld omtrent het geven van onderwijs in de Franse of Duitse taal.
5. Ten aanzien van de vakken, genoemd in het tweede lid, worden telkens voor een periode van ten hoogste vijf jaar bij algemene maatregel van bestuur kerndoelen vastgesteld. Vaststelling van kerndoelen voor een volgende periode vindt plaats met inachtneming van een door Onze Minister verrichte evaluatie van de geldende kerndoelen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl