BWBR0028424
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 38
Wet voortgezet onderwijs BES
1. De salarissen en de toelagen, door het bevoegd gezag toe te kennen aan de rector of de directeur, de leraren en het door het bestuurscollege aan te wijzen overige personeel, worden door dat college vastgesteld in overleg met Onze Minister.
2. Iedere wijziging van de regeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in overleg met Onze Minister.
3. Indien het bestuurscollege bij dit overleg een door Onze Minister gedaan voorstel niet kan overnemen, brengt het dit schriftelijk onder opgave van de redenen te zijner kennis.
Van deze kennisgeving wordt melding gemaakt in het verslag van de staat van het onderwijs dat Onze Minister jaarlijks aan de Staten-Generaal doet geven.
4. Wanneer door een regeling, als bedoeld in het eerste lid het peil van het onderwijs naar het oordeel van Onze Minister in ernstig gevaar wordt gebracht, kan deze de regeling bij algemene maatregel van bestuur wijzigen.
2. Iedere wijziging van de regeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in overleg met Onze Minister.
3. Indien het bestuurscollege bij dit overleg een door Onze Minister gedaan voorstel niet kan overnemen, brengt het dit schriftelijk onder opgave van de redenen te zijner kennis.
Van deze kennisgeving wordt melding gemaakt in het verslag van de staat van het onderwijs dat Onze Minister jaarlijks aan de Staten-Generaal doet geven.
4. Wanneer door een regeling, als bedoeld in het eerste lid het peil van het onderwijs naar het oordeel van Onze Minister in ernstig gevaar wordt gebracht, kan deze de regeling bij algemene maatregel van bestuur wijzigen.
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028424
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl