BWBR0028553
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 11
Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES
De Autoriteit Financiële Markten kan een vergunning slechts intrekken:
a) op verzoek van de houder;
b) indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
c) indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd;
d) indien de vergunninghouder of de aan de beleggingsinstelling verbonden bewaarder kennelijk de in artikel 3 bedoelde werkzaamheden niet meer uitvoert;
e) indien de beleggingsinstelling of de daaraan verbonden bewaarder niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, regels, beperkingen of gegeven voorschriften of andere wettelijke verplichtingen;
f) indien de beleggingsinstelling of de daaraan verbonden bewaarder niet of niet genoegzaam uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing of een aanzegging van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in artikel 33 respectievelijk artikel 34 of
g) indien de beleggingsinstelling niet binnen een door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen termijn met haar bedrijf daadwerkelijk een aanvang heeft gemaakt.
De intrekking wordt door de Autoriteit Financiële Markten bij deurwaardersexploot aan de betrokkene betekend.
a) op verzoek van de houder;
b) indien de gegevens of bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van het verzoek de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
c) indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan, of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd;
d) indien de vergunninghouder of de aan de beleggingsinstelling verbonden bewaarder kennelijk de in artikel 3 bedoelde werkzaamheden niet meer uitvoert;
e) indien de beleggingsinstelling of de daaraan verbonden bewaarder niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, regels, beperkingen of gegeven voorschriften of andere wettelijke verplichtingen;
f) indien de beleggingsinstelling of de daaraan verbonden bewaarder niet of niet genoegzaam uitvoering heeft gegeven aan een aanwijzing of een aanzegging van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in artikel 33 respectievelijk artikel 34 of
g) indien de beleggingsinstelling niet binnen een door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen termijn met haar bedrijf daadwerkelijk een aanvang heeft gemaakt.
De intrekking wordt door de Autoriteit Financiële Markten bij deurwaardersexploot aan de betrokkene betekend.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028553
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl