BWBR0028553
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 8
Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES
1. Iedere beleggingsinstelling is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een jaarrekening, ten minste bevattend een balans en een verlies- en winstrekening, met bijbehorende toelichting over het afgelopen boekjaar in een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm bij de Autoriteit Financiële Markten in te dienen. Hierbij dient ook een verklaring van de externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES en de directiebrieven te zijn gevoegd.
2. Iedere beleggingsinstelling is verplicht bij de Autoriteit Financiële Markten periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen rapportagestaten nopens haar bedrijf in te dienen.
3. De vorm waarin de in het tweede lid bedoelde staten worden opgemaakt, de achtereenvolgende tijdstippen waarop zij betrekking hebben, en de termijnen binnen welke zij moeten worden ingediend, worden bij ministeriële regeling bepaald.
4. Indien de Autoriteit Financiële Markten zulks in het belang van een doelmatig toezicht nodig acht, kan zij een beleggingsinstelling opdragen:
a) staten als bedoeld in het tweede lid, bij haar in te dienen die betrekking hebben op tijdstippen met een kortere tussenpoos of op kortere termijnen dan ingevolge het tweede lid is bepaald;
b) een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES over te leggen nopens de in het tweede lid bedoelde staten.
5. Het is de beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend, verboden haar statuten of reglementen te wijzigen zonder voorafgaande toestemming van de Autoriteit Financiële Markten.
6. Een wijziging van de statuten of reglementen, in strijd met het verbod bedoeld in het vijfde lid, is nietig. Op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten benoemt het gerecht een bewindvoerder met de macht om de gevolgen van de nietige handeling ongedaan te maken.
7. Bij het ongedaan maken van de nietige handeling dient de bewindvoerder mede te handelen in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling.
2. Iedere beleggingsinstelling is verplicht bij de Autoriteit Financiële Markten periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen rapportagestaten nopens haar bedrijf in te dienen.
3. De vorm waarin de in het tweede lid bedoelde staten worden opgemaakt, de achtereenvolgende tijdstippen waarop zij betrekking hebben, en de termijnen binnen welke zij moeten worden ingediend, worden bij ministeriële regeling bepaald.
4. Indien de Autoriteit Financiële Markten zulks in het belang van een doelmatig toezicht nodig acht, kan zij een beleggingsinstelling opdragen:
a) staten als bedoeld in het tweede lid, bij haar in te dienen die betrekking hebben op tijdstippen met een kortere tussenpoos of op kortere termijnen dan ingevolge het tweede lid is bepaald;
b) een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES over te leggen nopens de in het tweede lid bedoelde staten.
5. Het is de beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend, verboden haar statuten of reglementen te wijzigen zonder voorafgaande toestemming van de Autoriteit Financiële Markten.
6. Een wijziging van de statuten of reglementen, in strijd met het verbod bedoeld in het vijfde lid, is nietig. Op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten benoemt het gerecht een bewindvoerder met de macht om de gevolgen van de nietige handeling ongedaan te maken.
7. Bij het ongedaan maken van de nietige handeling dient de bewindvoerder mede te handelen in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028553
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl