BWBR0028565
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 26
Rijksbesluit rechtspositie leden openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
1. Ten minste éénmaal per kalenderjaar wordt een functioneringsgesprek gevoerd met een lid van het openbaar ministerie.
2. Het functioneringsgesprek met
a. de procureur-generaal wordt gevoerd door Onze Ministers;
b. de advocaat-generaal en het hoofd van het kantoor in Sint Maarten wordt gevoerd door de procureur-generaal;
c. de hoofdofficier van justitie wordt gevoerd door de procureur-generaal na Onze Minister te hebben gehoord;
d. de officier van justitie, de substituut-officier van justitie dan wel de plaatsvervangend officier van justitie wordt gevoerd door de hoofdofficier van justitie.
3. Een functioneringsgesprek kan op verzoek van een lid van het openbaar ministerie plaatsvinden.
4. Van het functioneringsgesprek wordt verslag gelegd en het lid van het openbaar ministerie wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze omtrent dit verslag kenbaar te maken. Nadat de zienswijze van het lid van het openbaar ministerie aan het verslag is toegevoegd wordt het verslag in het personeelsdossier van dit lid gevoegd en ontvangt hij een afschrift van het verslag.
5. Indien een lid van een openbaar ministerie zich niet kan verenigen met de inhoud van het verslag van het functioneringsgesprek, kan hij een beoordelingsgesprek aanvragen.
2. Het functioneringsgesprek met
a. de procureur-generaal wordt gevoerd door Onze Ministers;
b. de advocaat-generaal en het hoofd van het kantoor in Sint Maarten wordt gevoerd door de procureur-generaal;
c. de hoofdofficier van justitie wordt gevoerd door de procureur-generaal na Onze Minister te hebben gehoord;
d. de officier van justitie, de substituut-officier van justitie dan wel de plaatsvervangend officier van justitie wordt gevoerd door de hoofdofficier van justitie.
3. Een functioneringsgesprek kan op verzoek van een lid van het openbaar ministerie plaatsvinden.
4. Van het functioneringsgesprek wordt verslag gelegd en het lid van het openbaar ministerie wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze omtrent dit verslag kenbaar te maken. Nadat de zienswijze van het lid van het openbaar ministerie aan het verslag is toegevoegd wordt het verslag in het personeelsdossier van dit lid gevoegd en ontvangt hij een afschrift van het verslag.
5. Indien een lid van een openbaar ministerie zich niet kan verenigen met de inhoud van het verslag van het functioneringsgesprek, kan hij een beoordelingsgesprek aanvragen.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028565
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl