BWBR0028592
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2.3
Regeling financiële markten BES 2010
1. Een kredietinstelling met zetel in een openbaar lichaam houdt zich aan de navolgende voorschriften van de Bank van de Nederlandse Antillen zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling:
a. Supervisory regulations for credit institutions I, inzake het verlenen van krediet door een kredietinstelling aan de leden van haar bestuur en de raad van toezicht, haar aandeelhouders en werknemers;
b. Supervisory regulations for credit institutions II, inzake transacties met, en leningen aan ondernemingen die aan de kredietinstelling zijn gelieerd;
c. Supervisory regulations for credit institutions III, inzake limieten op het verstrekken van leningen aan één debiteur of een groep onderling gelieerde debiteuren;
d. Supervisory regulations for credit institutions IV, inzake landenrisico’s;
e. Supervisory regulations for credit institutions V, inzake algemene en specifieke voorzieningen voor afschrijvingen op uitstaande leningen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid dient in de voorschriften te worden gelezen:
a. voor ‘the National Ordinance on the Supervision of Banking and Credit Institutions 1994’: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;
b. voor ‘the Bank’: De Nederlandsche Bank;
c. voor ‘the Netherlands Antilles’: de openbare lichamen;
d. voor de geldbedragen in Supervisory regulations for credit institutions I: 1°. ‘NAf. 100.000’: USD 56.000;
2°. ‘NAf. 50.000’: USD 28.000.
1°. ‘NAf. 100.000’: USD 56.000;
2°. ‘NAf. 50.000’: USD 28.000.
3. De paragraaf ‘Grandfathering provision’ in Supervisory regulations for credit institutions I, Supervisory regulations for credit instituitions II en Supervisory regulations for credit institutions III is niet van toepassing op kredietinstellingen met zetel in een openbaar lichaam.
a. Supervisory regulations for credit institutions I, inzake het verlenen van krediet door een kredietinstelling aan de leden van haar bestuur en de raad van toezicht, haar aandeelhouders en werknemers;
b. Supervisory regulations for credit institutions II, inzake transacties met, en leningen aan ondernemingen die aan de kredietinstelling zijn gelieerd;
c. Supervisory regulations for credit institutions III, inzake limieten op het verstrekken van leningen aan één debiteur of een groep onderling gelieerde debiteuren;
d. Supervisory regulations for credit institutions IV, inzake landenrisico’s;
e. Supervisory regulations for credit institutions V, inzake algemene en specifieke voorzieningen voor afschrijvingen op uitstaande leningen.
2. Voor de toepassing van het eerste lid dient in de voorschriften te worden gelezen:
a. voor ‘the National Ordinance on the Supervision of Banking and Credit Institutions 1994’: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES;
b. voor ‘the Bank’: De Nederlandsche Bank;
c. voor ‘the Netherlands Antilles’: de openbare lichamen;
d. voor de geldbedragen in Supervisory regulations for credit institutions I: 1°. ‘NAf. 100.000’: USD 56.000;
2°. ‘NAf. 50.000’: USD 28.000.
1°. ‘NAf. 100.000’: USD 56.000;
2°. ‘NAf. 50.000’: USD 28.000.
3. De paragraaf ‘Grandfathering provision’ in Supervisory regulations for credit institutions I, Supervisory regulations for credit instituitions II en Supervisory regulations for credit institutions III is niet van toepassing op kredietinstellingen met zetel in een openbaar lichaam.
- Citeren als
- Art. 2.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028592
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl