BWBR0028692
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5
Reglement op de meters voor elektrische energie BES
Alle isolatiematerialen gebruikt bij de constructie van de meter dienen in wezen niet-hygroscopisch te zijn.
Alle delen, welke onder normale gebruiksomstandigheden onderworpen zijn aan corrosie dienen deugdelijk tegen corrosie ten gevolge van atmosferische invloeden beschermd te zijn. Een eventuele beschermende laag dient niet gevoelig te zijn voor schade door het blootstellen aan de lucht onder normale bedrijfsomstandigheden.
De meter dient een redelijk stof-dicht huis te hebben, dat op een dergelijke wijze verzegeld moet kunnen worden, dat het mechanisme van de meter slechts bereikbaar wordt na het verbreken van de zegels.
Metalen huizen voor meters die op een spanning van meer dan 250 V ten opzichte van aarde gebruikt zullen worden, dienen voorzien te zijn van een inrichting waarmee een effectieve verbinding met een geschikte aardleiding tot stand gebracht kan worden.
Indien het huis van de meter niet doorzichtig is dienen een of meer raampjes aangebracht te zijn voor het aflezen van het telwerk en het observeren van de rotor. Deze raampjes dienen afgesloten te zijn door plaatjes van doorzichtig materiaal die niet weggenomen kunnen worden zonder dat de zegels verbroken worden.
De aansluitklemmen kunnen gegroepeerd worden in een klemmenblok van voldoende mechanische sterkte. Deze klemmen dienen geschikt te zijn voor de verbinding zowel met massieve draden als met kabels.
Het dient op eenvoudige wijze mogelijk te zijn om de spanningsklemmen van de stroomklemmen los te schakelen.
De wijze van bevestiging van de geleiders aan de klemmen dient een voldoende en duurzaam contact te verzekeren, zodanig dat geen gevaar kan bestaan voor loslaten of ontoelaatbare verwarming. De gaten in het isolatiemateriaal die een verlenging van de gaten in de aansluitklemmen vormen dienen van voldoende afmetingen te zijn om de isolatie van de geleiders te kunnen omvatten.
De aansluitklemmen van de meter dienen een afzonderlijk deksel te bezitten, dat onafhankelijk van de meterkap kan worden verzegeld.
Dit klemmendeksel dient de volgende delen af te sluiten: de aansluitklemmen zelf, de klemschroeven en, zo gewenst, een voldoende lengte van de uitwendige geleiders en de isolatie daarvan.
Indien de meter gemonteerd is dienen de aansluitklemmen niet bereikbaar te zijn dan nadat de zegels van het klemmendeksel verbroken zijn.
Het telwerk mag zijn van het trommel- of wijzer-type.
Het dient te registreren in kWh of MWh.
Schalen of trommels die decimale onderdelen van de eenheid aangeven zullen in kleur moeten zijn uitgevoerd, of met een gekleurd kader zijn omgeven, terwijl de snelst bewegende onderverdeeld dient te zijn en genummerd.
Het telwerk dient in staat te zijn om, beginnend van nul, tenminste 2500 uren de energie te registreren die overeenkomt met maximum stroom bij nominale spanningen en een arbeidsfactor één.
De aanduidingen op het telwerk dienen onuitwisbaar en gemakkelijk leesbaar te zijn.
De rand van de rotor aan de zijde van een waarnemer, die de meter van voren beziet, dient te bewegen van links naar rechts. De draairichting dient door een goed zichtbare, onuitwisbare pijl te zijn aangegeven.
De rand zowel als het bovenvlak van de schjjf moet één zichtbaar merk dragen van voldoend absorberende kleur om het automatisch tellen van de omwentelingen mogelijk te maken. Andere merktekens mogen toegevoegd zijn voor stroboscopische of andere beproevingen, doch deze merktekens dienen zo geplaatst te zijn, dat deze het gebruik van het voornaamste merk voor foto-electrische telling van het aantal omwentelingen niet bemoeilijken.
Alle delen, welke onder normale gebruiksomstandigheden onderworpen zijn aan corrosie dienen deugdelijk tegen corrosie ten gevolge van atmosferische invloeden beschermd te zijn. Een eventuele beschermende laag dient niet gevoelig te zijn voor schade door het blootstellen aan de lucht onder normale bedrijfsomstandigheden.
De meter dient een redelijk stof-dicht huis te hebben, dat op een dergelijke wijze verzegeld moet kunnen worden, dat het mechanisme van de meter slechts bereikbaar wordt na het verbreken van de zegels.
Metalen huizen voor meters die op een spanning van meer dan 250 V ten opzichte van aarde gebruikt zullen worden, dienen voorzien te zijn van een inrichting waarmee een effectieve verbinding met een geschikte aardleiding tot stand gebracht kan worden.
Indien het huis van de meter niet doorzichtig is dienen een of meer raampjes aangebracht te zijn voor het aflezen van het telwerk en het observeren van de rotor. Deze raampjes dienen afgesloten te zijn door plaatjes van doorzichtig materiaal die niet weggenomen kunnen worden zonder dat de zegels verbroken worden.
De aansluitklemmen kunnen gegroepeerd worden in een klemmenblok van voldoende mechanische sterkte. Deze klemmen dienen geschikt te zijn voor de verbinding zowel met massieve draden als met kabels.
Het dient op eenvoudige wijze mogelijk te zijn om de spanningsklemmen van de stroomklemmen los te schakelen.
De wijze van bevestiging van de geleiders aan de klemmen dient een voldoende en duurzaam contact te verzekeren, zodanig dat geen gevaar kan bestaan voor loslaten of ontoelaatbare verwarming. De gaten in het isolatiemateriaal die een verlenging van de gaten in de aansluitklemmen vormen dienen van voldoende afmetingen te zijn om de isolatie van de geleiders te kunnen omvatten.
De aansluitklemmen van de meter dienen een afzonderlijk deksel te bezitten, dat onafhankelijk van de meterkap kan worden verzegeld.
Dit klemmendeksel dient de volgende delen af te sluiten: de aansluitklemmen zelf, de klemschroeven en, zo gewenst, een voldoende lengte van de uitwendige geleiders en de isolatie daarvan.
Indien de meter gemonteerd is dienen de aansluitklemmen niet bereikbaar te zijn dan nadat de zegels van het klemmendeksel verbroken zijn.
Het telwerk mag zijn van het trommel- of wijzer-type.
Het dient te registreren in kWh of MWh.
Schalen of trommels die decimale onderdelen van de eenheid aangeven zullen in kleur moeten zijn uitgevoerd, of met een gekleurd kader zijn omgeven, terwijl de snelst bewegende onderverdeeld dient te zijn en genummerd.
Het telwerk dient in staat te zijn om, beginnend van nul, tenminste 2500 uren de energie te registreren die overeenkomt met maximum stroom bij nominale spanningen en een arbeidsfactor één.
De aanduidingen op het telwerk dienen onuitwisbaar en gemakkelijk leesbaar te zijn.
De rand van de rotor aan de zijde van een waarnemer, die de meter van voren beziet, dient te bewegen van links naar rechts. De draairichting dient door een goed zichtbare, onuitwisbare pijl te zijn aangegeven.
De rand zowel als het bovenvlak van de schjjf moet één zichtbaar merk dragen van voldoend absorberende kleur om het automatisch tellen van de omwentelingen mogelijk te maken. Andere merktekens mogen toegevoegd zijn voor stroboscopische of andere beproevingen, doch deze merktekens dienen zo geplaatst te zijn, dat deze het gebruik van het voornaamste merk voor foto-electrische telling van het aantal omwentelingen niet bemoeilijken.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028692
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl