BWBR0028717
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 36
Ambtsinstructie politie BES
1. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, kan een vreemdeling bij diens feitelijke verwijdering of uitzetting met hulpmiddelen ten behoeve van de verwijdering of uitzetting in zijn bewegingsvrijheid beperken, ten behoeve van een goed verloop van de verwijdering of uitzetting.
2. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen indien:
a. de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de vreemdeling, van de ambtenaar of van derden, dan wel met het oog op gevaar voor een ernstige verstoring van de openbare orde, en
b. de toepassing van het hulpmiddel redelijkerwijs geen gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de vreemdeling.
3. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onder leiding van een ter plaatste aanwezige meerdere optreedt, zal hij geen gebruik maken van deze hulpmiddelen dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk hulpmiddel gebruik wordt gemaakt.
4. Het gebruik van een hulpmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar die in het gebruik van dat hulpmiddel is geoefend.
2. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen indien:
a. de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de vreemdeling, van de ambtenaar of van derden, dan wel met het oog op gevaar voor een ernstige verstoring van de openbare orde, en
b. de toepassing van het hulpmiddel redelijkerwijs geen gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de vreemdeling.
3. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onder leiding van een ter plaatste aanwezige meerdere optreedt, zal hij geen gebruik maken van deze hulpmiddelen dan na uitdrukkelijke last van deze meerdere. De meerdere geeft daarbij aan van welk hulpmiddel gebruik wordt gemaakt.
4. Het gebruik van een hulpmiddel is uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar die in het gebruik van dat hulpmiddel is geoefend.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl