BWBR0028717
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Ambtsinstructie politie BES
1. De ambtenaar zorgt voor een correct voorkomen.
2. Hij verricht zijn taken in uniform, tenzij hij is aangewezen om in burgerkleding dienst te doen.
3. In uniform of burgerkleding gekleed, draagt hij de wapens als voor de dienst voorgeschreven. Indien het dragen van wapens bij de uitoefening van de politietaak in burgerkleding is voorgeschreven, worden de wapens als regel niet zichtbaar gedragen.
4. Hij draagt er zorg voor dat zijn uniformkleding en uitrustingsstukken en de hem verstrekte wapens steeds in goed onderhouden en zindelijke staat verkeren.
5. Het is de ambtenaar verboden dienstkleding, -auto's en -gebouwen voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor zij zijn verstrekt respectievelijk beschikbaar gesteld.
2. Hij verricht zijn taken in uniform, tenzij hij is aangewezen om in burgerkleding dienst te doen.
3. In uniform of burgerkleding gekleed, draagt hij de wapens als voor de dienst voorgeschreven. Indien het dragen van wapens bij de uitoefening van de politietaak in burgerkleding is voorgeschreven, worden de wapens als regel niet zichtbaar gedragen.
4. Hij draagt er zorg voor dat zijn uniformkleding en uitrustingsstukken en de hem verstrekte wapens steeds in goed onderhouden en zindelijke staat verkeren.
5. Het is de ambtenaar verboden dienstkleding, -auto's en -gebouwen voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor zij zijn verstrekt respectievelijk beschikbaar gesteld.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl