BWBR0028733
Geldig vanaf 07-12-2010
Artikel 17
Wet publieke gezondheid BES
1. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep A vermoedt of vaststelt, meldt dit onverwijld aan de geneeskundige.
2. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep B1, B2 of C vaststelt, dan wel een vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies meldt dit op normale werktijden binnen 24 uur.
3. De arts die gegronde redenen heeft om bij een persoon een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2 te vermoeden, meldt dit binnen 24 uur aan de geneeskundige, indien die persoon weigert het onderzoek te ondergaan dat noodzakelijk is ter vaststelling van die ziekte en daardoor ernstig gevaar voor de volksgezondheid door de verspreiding van die infectieziekte kan ontstaan.
4. In afwijking van het tweede lid geldt voor de hieronder vermelde infectieziekten het volgende:
a. de arts die bij een door hem onderzocht persoon difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies vaststelt, dan wel een vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies, meldt dit binnen 24 uur aan de geneeskundige;
b. de arts die bij een door hem onderzocht persoon hepatitis B vaststelt, meldt de vaststelling van chronisch dragerschap alleen als de infectie voor de eerste keer wordt vastgesteld;
c. de arts die bij een door hem onderzocht persoon hepatitis C vaststelt, meldt alleen de vaststelling van een recente infectie;
d. de arts die bij een door hem onderzocht persoon mrsa-infectie vaststelt, meldt alleen de vaststelling van een cluster van een mrsa-infectie veroorzaakt door een bron buiten een zorginstelling;
e. de arts die bij een door hem onderzocht persoon pneumokokkenziekte vaststelt, meldt alleen de vaststelling bij kinderen in de leeftijd tot en met 5 jaar.
2. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte behorend tot groep B1, B2 of C vaststelt, dan wel een vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies meldt dit op normale werktijden binnen 24 uur.
3. De arts die gegronde redenen heeft om bij een persoon een infectieziekte behorend tot groep B1 of B2 te vermoeden, meldt dit binnen 24 uur aan de geneeskundige, indien die persoon weigert het onderzoek te ondergaan dat noodzakelijk is ter vaststelling van die ziekte en daardoor ernstig gevaar voor de volksgezondheid door de verspreiding van die infectieziekte kan ontstaan.
4. In afwijking van het tweede lid geldt voor de hieronder vermelde infectieziekten het volgende:
a. de arts die bij een door hem onderzocht persoon difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies vaststelt, dan wel een vermoeden heeft dat deze persoon lijdt aan difterie, een humane infectie veroorzaakt door een dierlijk influenzavirus of rabies, meldt dit binnen 24 uur aan de geneeskundige;
b. de arts die bij een door hem onderzocht persoon hepatitis B vaststelt, meldt de vaststelling van chronisch dragerschap alleen als de infectie voor de eerste keer wordt vastgesteld;
c. de arts die bij een door hem onderzocht persoon hepatitis C vaststelt, meldt alleen de vaststelling van een recente infectie;
d. de arts die bij een door hem onderzocht persoon mrsa-infectie vaststelt, meldt alleen de vaststelling van een cluster van een mrsa-infectie veroorzaakt door een bron buiten een zorginstelling;
e. de arts die bij een door hem onderzocht persoon pneumokokkenziekte vaststelt, meldt alleen de vaststelling bij kinderen in de leeftijd tot en met 5 jaar.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028733
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl