BWBR0028733
Geldig vanaf 07-12-2010
Artikel 2
Wet publieke gezondheid BES
1. Het bestuurscollege bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de zorg voor de volksgezondheid en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij rampen.
2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het bestuurscollege in ieder geval zorg voor:
a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, waaronder begrepen de gezondheidstoestand van degenen die door een ramp worden getroffen,
b. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 10, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie,
c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen,
d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, en het opzetten en in stand houden van een structuur voor de samenwerking tussen instellingen die taken vervullen op het gebied van de gezondheidsbevordering,
e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, waaronder begrepen: 1°. het signaleren van ongewenste situaties,
2°. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen,
3°. het verrichten van onderzoek,
1°. het signaleren van ongewenste situaties,
2°. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen,
3°. het verrichten van onderzoek,
f. het bevorderen van technische hygiënezorg, waaronder begrepen: 1°. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen,
2°. het adviseren van de onder 1° bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen,
3°. het signaleren van ongewenste situaties,
4°. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting,
1°. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen,
2°. het adviseren van de onder 1° bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen,
3°. het signaleren van ongewenste situaties,
4°. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting,
g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen.
2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het bestuurscollege in ieder geval zorg voor:
a. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, waaronder begrepen de gezondheidstoestand van degenen die door een ramp worden getroffen,
b. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 10, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie,
c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen,
d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, en het opzetten en in stand houden van een structuur voor de samenwerking tussen instellingen die taken vervullen op het gebied van de gezondheidsbevordering,
e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, waaronder begrepen: 1°. het signaleren van ongewenste situaties,
2°. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen,
3°. het verrichten van onderzoek,
1°. het signaleren van ongewenste situaties,
2°. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen,
3°. het verrichten van onderzoek,
f. het bevorderen van technische hygiënezorg, waaronder begrepen: 1°. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen,
2°. het adviseren van de onder 1° bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen,
3°. het signaleren van ongewenste situaties,
4°. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting,
1°. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen,
2°. het adviseren van de onder 1° bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen,
3°. het signaleren van ongewenste situaties,
4°. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting,
g. het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028733
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl