BWBR0028917
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 230 Fw
Faillissementswet BES — artikel 230
1. Voldoening nadat de surséance voorloopig is verleend doch vóór de bekendmaking daarvan aan de schuldenaar gedaan, ter vervulling van verbintenissen jegens dezen vóórdien ontstaan, bevrijdt hem, die haar deed, tegenover den boedel, zoolang zijne bekendheid met de voorloopige verleening van de surséance niet bewezen wordt.
2. Voldoening, als in het vorig lid bedoeld, na de bekendmaking aan de schuldenaar gedaan, bevrijdt tegenover den boedel alleen dan, wanneer hij, die haar deed, bewijst, dat de voorloopige verleening van de surséance te zijner woonplaats langs den weg der wettelijke aankondiging nog niet bekend kon zijn, behoudens het recht van bewindvoerders om aan te toonen, dat zij hem toch bekend was.
3. In elk geval bevrijdt voldoening aan den schuldenaar hem, die haar deed, tegenover den boedel, voor zooverre hetgeen door hem voldaan werd ten bate van den boedel is gekomen.
2. Voldoening, als in het vorig lid bedoeld, na de bekendmaking aan de schuldenaar gedaan, bevrijdt tegenover den boedel alleen dan, wanneer hij, die haar deed, bewijst, dat de voorloopige verleening van de surséance te zijner woonplaats langs den weg der wettelijke aankondiging nog niet bekend kon zijn, behoudens het recht van bewindvoerders om aan te toonen, dat zij hem toch bekend was.
3. In elk geval bevrijdt voldoening aan den schuldenaar hem, die haar deed, tegenover den boedel, voor zooverre hetgeen door hem voldaan werd ten bate van den boedel is gekomen.
- Citeren als
- Art. 230 Fw
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028917
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl