BWBR0028917
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 235 Fw
Faillissementswet BES — artikel 235
1. Indien de rechter in eersten aanleg van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surséance niet zal zijn beeindigd vóór den dag, waarop de schuldeischers krachtens artikel 206, tweede lid, worden gehoord, gelast hij, dat de griffier den schuldeischers bij brieven zal mededeelen, dat dit verhoor op dien dag niet zal worden gehouden.
2. Zoo noodig bepaalt hij later den dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeischers worden door den griffier bij brieven opgeroepen.
2. Zoo noodig bepaalt hij later den dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeischers worden door den griffier bij brieven opgeroepen.
- Citeren als
- Art. 235 Fw
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028917
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl