BWBR0031109
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 16
Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011
1. Indien de ondernemer aan een stalkoppel leghennen graan voert dat afkomstig is van eigen teelt of rechtstreeks afkomstig is van een andere teler, dan bewaart hij een monster van iedere partij graan. Dit monster dient te worden genomen door de ondernemer, overeenkomstig Bijlage IV.
2. Indien de voorzitter een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium heeft vastgesteld bij een stalkoppel leghennen, dan laat de ondernemer het bewaarde graanmonster onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimirium, overeenkomstig Bijlage IV.
3. Indien uit het onderzoek van het graanmonster als bedoeld in het tweede lid blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium in het graanmonster is aangetoond, dan mag de ondernemer de partij graan waarvan dit monster is genomen niet aan een stalkoppel leghennen voeren, tenzij deze partij graan zodanig is behandeld dat het niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium.
4. Na de in het derde lid bedoelde behandeling laat de ondernemer de partij graan ter verificatie opnieuw overeenkomstig Bijlage IV onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium. Indien dit onderzoek bevestigt dat de partij graan niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, dan mag de ondernemer deze partij graan aan een stalkoppel leghennen voeren.
2. Indien de voorzitter een besmetting met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium heeft vastgesteld bij een stalkoppel leghennen, dan laat de ondernemer het bewaarde graanmonster onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimirium, overeenkomstig Bijlage IV.
3. Indien uit het onderzoek van het graanmonster als bedoeld in het tweede lid blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimirium in het graanmonster is aangetoond, dan mag de ondernemer de partij graan waarvan dit monster is genomen niet aan een stalkoppel leghennen voeren, tenzij deze partij graan zodanig is behandeld dat het niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium.
4. Na de in het derde lid bedoelde behandeling laat de ondernemer de partij graan ter verificatie opnieuw overeenkomstig Bijlage IV onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium. Indien dit onderzoek bevestigt dat de partij graan niet meer is besmet met Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, dan mag de ondernemer deze partij graan aan een stalkoppel leghennen voeren.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031109
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl