BWBR0031109
Geldig vanaf 01-07-2012
Artikel 8
Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011
1. De voorzitter laat bij de ondernemer monsters als bedoeld in artikel 15 van de Verordening door GD nemen in de volgende gevallen:
a) bij één stalkoppel leghennen per jaar per leghennenbedrijf waar tenminste duizend leghennen zijn geplaatst,
b) op de leeftijd van 24 weken bij een stalkoppel leghennen dat is geplaatst in een stal waarin bij een vorig stalkoppel Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium door de voorzitter is vastgesteld,
c) bij ieder vermoeden van een besmetting met Salmonella naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/99/EG,
d) bij alle andere stalkoppels leghennen op een leghennenbedrijf indien de voorzitter Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium bij een stalkoppel op dat leghennenbedrijf heeft vastgesteld, en
e) indien de voorzitter het nodig acht.
2. In het in het eerste lid, onderdeel a), genoemde geval mag een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts de monsters nemen in plaats van GD.
3. De monsters als bedoeld in het eerste lid worden genomen overeenkomstig Bijlage III. De detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
4. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a) en b) kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 10 van de Verordening juncto artikel 4, eerste lid van dit besluit.
5. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b), kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid onderdeel a), mits de monsters worden genomen overeenkomstig Bijlage III en mits de detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
a) bij één stalkoppel leghennen per jaar per leghennenbedrijf waar tenminste duizend leghennen zijn geplaatst,
b) op de leeftijd van 24 weken bij een stalkoppel leghennen dat is geplaatst in een stal waarin bij een vorig stalkoppel Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium door de voorzitter is vastgesteld,
c) bij ieder vermoeden van een besmetting met Salmonella naar aanleiding van het epidemiologische onderzoek van uitbraken van door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2003/99/EG,
d) bij alle andere stalkoppels leghennen op een leghennenbedrijf indien de voorzitter Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium bij een stalkoppel op dat leghennenbedrijf heeft vastgesteld, en
e) indien de voorzitter het nodig acht.
2. In het in het eerste lid, onderdeel a), genoemde geval mag een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts de monsters nemen in plaats van GD.
3. De monsters als bedoeld in het eerste lid worden genomen overeenkomstig Bijlage III. De detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
4. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a) en b) kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 10 van de Verordening juncto artikel 4, eerste lid van dit besluit.
5. Het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b), kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid onderdeel a), mits de monsters worden genomen overeenkomstig Bijlage III en mits de detectie en, in geval van een positieve uitslag, de serotypering van de monsters worden uitgevoerd door GD.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031109
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl