BWBR0031132
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 6
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011
1. De voorzitter laat bij ten minste tien procent van de vleeskuikenbedrijven één maal per kalenderjaar monsters met overschoentjes nemen in het kader van een officieel onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella, overeenkomstig Bijlage II.
2. De monsters als bedoeld in het eerste lid worden in ten minste één stal van het betreffende vleeskuikenbedrijf genomen.
3. Het officiële onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b). Indien dit het geval is, dient de uitslag van dit onderzoek conform artikel 5 gemeld te worden aan de kuikenbroederij waarvan de bemonsterde vleeskuikens afkomstig zijn en aan de slachterij waaraan de vleeskuikens geleverd worden.
4. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met inlegvellen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a) blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter in een later stadium tijdens de ronde een onderzoek door GD laten uitvoeren in alle stallen om te onderzoeken of er nog Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aanwezig is.
5. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met overschoentjes als bedoeld in artikel 3, onderdeel b) Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II. Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
6. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van de blindedarmmonsters, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II. Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
2. De monsters als bedoeld in het eerste lid worden in ten minste één stal van het betreffende vleeskuikenbedrijf genomen.
3. Het officiële onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in het eerste lid kan in de plaats treden van het onderzoek naar Salmonella van de monsters als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b). Indien dit het geval is, dient de uitslag van dit onderzoek conform artikel 5 gemeld te worden aan de kuikenbroederij waarvan de bemonsterde vleeskuikens afkomstig zijn en aan de slachterij waaraan de vleeskuikens geleverd worden.
4. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met inlegvellen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a) blijkt dat Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter in een later stadium tijdens de ronde een onderzoek door GD laten uitvoeren in alle stallen om te onderzoeken of er nog Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aanwezig is.
5. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van een monster genomen met overschoentjes als bedoeld in artikel 3, onderdeel b) Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II. Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
6. Indien op grond van het onderzoek naar Salmonella van de blindedarmmonsters, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en -uitsnijderijen (PPE) 2011, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium is aangetoond, kan de voorzitter de ondernemer verplichten om bij het eerstvolgende stalkoppel vleeskuikens de in artikel 3, onderdeel b) bedoelde monsters met overschoentjes door GD te laten nemen, overeenkomstig Bijlage II. Het onderzoek naar Salmonella van deze monsters wordt eveneens door GD uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031132
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl