BWBR0031132
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 3
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011
1. De monsters als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening worden genomen:
a) met inlegvellen door of namens de ondernemer bij de plaatsing van de vleeskuikens op het vleeskuikenbedrijf, overeenkomstig Bijlage I;
b) met overschoentjes in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, binnen 21 dagen voor de datum waarop het stalkoppel vleeskuikens aan de slachterij wordt geleverd, overeenkomstig Bijlage II.
2. De uitslagen van de detectie en de serotypering van de monsters met overschoentjes als bedoeld in het eerste lid, onder b), zijn gedurende 21 dagen geldig vanaf de datum van de monsterneming.
3. De monsters als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening kunnen tevens genomen worden naar aanleiding van blindedarm uitslagen op grond van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en - uitsnijderijen (PPE) 2011. Dit is het geval in de volgende situaties:
a) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op stalniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond, terwijl het onderzoek van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond. Er worden extra monsters met overschoentjes in de betreffende stal genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is;
b) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op bedrijfsniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond terwijl het onderzoek van de monster als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aantoonde. Er worden extra monsters met overschoentjes in alle stallen genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is.
a) met inlegvellen door of namens de ondernemer bij de plaatsing van de vleeskuikens op het vleeskuikenbedrijf, overeenkomstig Bijlage I;
b) met overschoentjes in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, binnen 21 dagen voor de datum waarop het stalkoppel vleeskuikens aan de slachterij wordt geleverd, overeenkomstig Bijlage II.
2. De uitslagen van de detectie en de serotypering van de monsters met overschoentjes als bedoeld in het eerste lid, onder b), zijn gedurende 21 dagen geldig vanaf de datum van de monsterneming.
3. De monsters als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening kunnen tevens genomen worden naar aanleiding van blindedarm uitslagen op grond van de Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen pluimveeslachterijen en - uitsnijderijen (PPE) 2011. Dit is het geval in de volgende situaties:
a) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op stalniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond, terwijl het onderzoek van de monsters als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond. Er worden extra monsters met overschoentjes in de betreffende stal genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is;
b) Indien het blindedarmonderzoek bij uitlaadstalkoppels, geslacht op bedrijfsniveau, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium heeft aangetoond terwijl het onderzoek van de monster als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b) geen Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium aantoonde. Er worden extra monsters met overschoentjes in alle stallen genomen door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts, overeenkomstig Bijlage II indien het weglaadstalkoppel nog op het vleeskuikenbedrijf aanwezig is.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031132
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl