BWBR0031204
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 7
Hygiënebesluit kuikenbroederijen (PPE) 2011
1. Nadat de ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent aan de voorzitter en aan GD heeft gemeld dat Salmonella in een monster is aangetoond, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan het bedoelde monster afkomstig is.
2. Nadat de ondernemer die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent aan de voorzitter en aan GD heeft gemeld dat Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow in een monster is aangetoond, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan het bedoelde monster afkomstig is.
3. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee, dan mag de ondernemer de broedeieren die geproduceerd zijn door het stalkoppel niet inleggen totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
2. Nadat de ondernemer die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent aan de voorzitter en aan GD heeft gemeld dat Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow in een monster is aangetoond, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan het bedoelde monster afkomstig is.
3. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee, dan mag de ondernemer de broedeieren die geproduceerd zijn door het stalkoppel niet inleggen totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031204
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl