BWBR0031814
Geldig vanaf 2012-11-01
Artikel 2:21
Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
1. De veroordeelde wiens bewaring is bevolen, wordt in vrijheid gesteld:
a. indien niet binnen veertien dagen na de dag van de aanhouding de rechterlijke uitspraak en het certificaat door Onze Minister zijn ontvangen.
b. zodra zulks door de rechter-commissaris of de officier van justitie wordt gelast.
2. De bewaring eindigt van rechtswege op het moment dat de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak een aanvang neemt.
a. indien niet binnen veertien dagen na de dag van de aanhouding de rechterlijke uitspraak en het certificaat door Onze Minister zijn ontvangen.
b. zodra zulks door de rechter-commissaris of de officier van justitie wordt gelast.
2. De bewaring eindigt van rechtswege op het moment dat de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak een aanvang neemt.