BWBR0031898
Geldig vanaf 28-02-2013
Artikel 4.2
Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2013–2016
1. De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juni een verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar teneinde het Fonds voor Cultuurparticipatie in staat te stellen om te beoordelen of de toegekende middelen rechtmatig zijn besteed.
2. De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een overzicht van verrichte activiteiten per onderdeel van het ingediende plan. Wanneer de uitvoering afwijkt van het plan, dient dat te worden toegelicht.
3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.
4. Uit de financiële verantwoording blijkt het bedrag waarvoor de subsidieontvanger door provincie of gemeente wordt gematcht. In geval van indirecte matching dient tevens een verklaring te worden bijgevoegd van de betrokken gemeente of provincie over op welke wijze aan de matching is voldaan en welke activiteiten in het kader van deze regeling met de indirecte matchingsgelden worden uitgevoerd.
5. Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.
6. De subsidieontvanger werkt mee dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan voor de subsidieontvanger verbonden kosten komen voor zijn rekening.
7. De centrale aanvrager is eindverantwoordelijk voor het in de voorgaande artikelleden bepaalde over de subsidieverantwoording. Zulks met inbegrip van de projectonderdelen die niet door de organisatie van de centrale aanvrager zelf zijn uitgevoerd.
2. De verantwoording omvat een inhoudelijk en een financieel deel. De inhoudelijke verantwoording bestaat uit een overzicht van verrichte activiteiten per onderdeel van het ingediende plan. Wanneer de uitvoering afwijkt van het plan, dient dat te worden toegelicht.
3. De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.
4. Uit de financiële verantwoording blijkt het bedrag waarvoor de subsidieontvanger door provincie of gemeente wordt gematcht. In geval van indirecte matching dient tevens een verklaring te worden bijgevoegd van de betrokken gemeente of provincie over op welke wijze aan de matching is voldaan en welke activiteiten in het kader van deze regeling met de indirecte matchingsgelden worden uitgevoerd.
5. Het bestuur kan nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording stellen.
6. De subsidieontvanger werkt mee dan wel draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan voor de subsidieontvanger verbonden kosten komen voor zijn rekening.
7. De centrale aanvrager is eindverantwoordelijk voor het in de voorgaande artikelleden bepaalde over de subsidieverantwoording. Zulks met inbegrip van de projectonderdelen die niet door de organisatie van de centrale aanvrager zelf zijn uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 4.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031898
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl