BWBR0032681
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 2
Deelregeling Werkbijdrage WJT+
1. Een werkbijdrage WJT+ kan met toepassing van deze regeling worden toegekend aan instellingen en opdrachtgevers die een serieus platform bieden en wordt alsdan verstrekt ten behoeve van startende beeldend kunstenaars.
2. De kunstenaar voor wie de werkbijdrage wordt aangevraagd dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en deze ten minste één jaar voorafgaand aan de aanvraag te hebben verlaten en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
3. Indien de kunstenaar voor wie de werkbijdrage wordt aangevraagd in de vier jaar na het verlaten van een eerste fase/bachelor opleiding aan een hbo-instituut een tweede fase/master opleiding heeft gevolgd, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat deze opleiding aan de tweede fase/master heeft geduurd.
4. Het in het derde lid van dit artikel gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kunnen worden.
5. Een werkbijdrage kan niet worden toegekend gedurende de periode waarin de kunstenaar deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
6. Geen werkbijdrage kan worden aangevraagd door hbo-opleidingen en door instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd.
7. De financiële bijdrage die de aanvrager van een werkbijdrage levert dient in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Mondriaan Fonds.
8. Een werkbijdrage kan slechts een keer ten gunste van dezelfde kunstenaar komen.
9. Een werkbijdrage kan slechts worden verstrekt voor zover het belastbaar inkomen van de kunstenaar in de periode waarvoor deze wordt aangevraagd naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.
2. De kunstenaar voor wie de werkbijdrage wordt aangevraagd dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en deze ten minste één jaar voorafgaand aan de aanvraag te hebben verlaten en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
3. Indien de kunstenaar voor wie de werkbijdrage wordt aangevraagd in de vier jaar na het verlaten van een eerste fase/bachelor opleiding aan een hbo-instituut een tweede fase/master opleiding heeft gevolgd, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat deze opleiding aan de tweede fase/master heeft geduurd.
4. Het in het derde lid van dit artikel gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kunnen worden.
5. Een werkbijdrage kan niet worden toegekend gedurende de periode waarin de kunstenaar deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
6. Geen werkbijdrage kan worden aangevraagd door hbo-opleidingen en door instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd.
7. De financiële bijdrage die de aanvrager van een werkbijdrage levert dient in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het Mondriaan Fonds.
8. Een werkbijdrage kan slechts een keer ten gunste van dezelfde kunstenaar komen.
9. Een werkbijdrage kan slechts worden verstrekt voor zover het belastbaar inkomen van de kunstenaar in de periode waarvoor deze wordt aangevraagd naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032681
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl