BWBR0032681
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Deelregeling Werkbijdrage WJT+
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een werkbijdrage dient het bevoegd adviesorgaan in eerste instantie een oordeel te geven over het presentatie- en werkplan van de aanvrager.
2. Verder betrekt het de volgende aspecten in de beoordeling:
• de kwaliteit en de reputatie van de aanvrager,
• het artistiek functioneren van de desbetreffende beeldend kunstenaar op basis van onderstaande criteria in onderlinge samenhang: – de vraag of de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de betreffende kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan naar verwachting van belang wordt voor de hedendaagse beeldende kunst,
– de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar,
– de manier waarop deze naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden,
– de manier waarop hij zijn kunstenaarschap in artistiek en economisch rendement wil omzetten,
– de allianties die de kunstenaar aangaat om zijn werk geproduceerd te krijgen.
– de vraag of de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de betreffende kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan naar verwachting van belang wordt voor de hedendaagse beeldende kunst,
– de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar,
– de manier waarop deze naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden,
– de manier waarop hij zijn kunstenaarschap in artistiek en economisch rendement wil omzetten,
– de allianties die de kunstenaar aangaat om zijn werk geproduceerd te krijgen.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt brengt het een positief advies uit.
4. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang negatief beoordeelt brengt het een negatief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
2. Verder betrekt het de volgende aspecten in de beoordeling:
• de kwaliteit en de reputatie van de aanvrager,
• het artistiek functioneren van de desbetreffende beeldend kunstenaar op basis van onderstaande criteria in onderlinge samenhang: – de vraag of de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de betreffende kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan naar verwachting van belang wordt voor de hedendaagse beeldende kunst,
– de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar,
– de manier waarop deze naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden,
– de manier waarop hij zijn kunstenaarschap in artistiek en economisch rendement wil omzetten,
– de allianties die de kunstenaar aangaat om zijn werk geproduceerd te krijgen.
– de vraag of de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de betreffende kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan naar verwachting van belang wordt voor de hedendaagse beeldende kunst,
– de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de kunstenaar,
– de manier waarop deze naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden en te binden,
– de manier waarop hij zijn kunstenaarschap in artistiek en economisch rendement wil omzetten,
– de allianties die de kunstenaar aangaat om zijn werk geproduceerd te krijgen.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt brengt het een positief advies uit.
4. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang negatief beoordeelt brengt het een negatief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Alsdan onderbouwt het adviesorgaan zijn prioritering.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032681
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl