BWBR0032690
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 2
Deelregeling Werkbijdrage Jong Talent
1. Een bijdrage talentontwikkeling kan worden toegekend aan startende beeldend kunstenaars.
2. De aanvrager dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en deze ten minste één jaar voorafgaand aan de aanvraag te hebben verlaten en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
3. Indien de aanvrager van een bijdrage talentontwikkeling in de vier jaar na het verlaten van een eerste fase/bachelor opleiding aan een hbo-instituut een tweede fase/master opleiding heeft gevolgd, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat deze opleiding aan de tweede fase/master heeft geduurd.
4. Indien de aanvrager gedurende de periode waarop hij een tweede fase opleiding volgt een aanvraag voor een financiële bijdrage bij het Mondriaan Fonds heeft ingediend, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat de opleiding aan de tweede fase tot het indienen van deze aanvraag heeft geduurd.
5. Het in het derde lid van dit artikel gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
6. Een bijdrage talentontwikkeling kan slechts worden verstrekt voor zover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de financiële bijdrage zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.
7. Een bijdrage talentontwikkeling wordt niet toegekend gedurende de periode waarin een aanvrager deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
8. Bijdragen talentontwikkeling kunnen aan dezelfde kunstenaar voor ten hoogste 12 maanden verstrekt worden.
2. De aanvrager dient korter dan vier jaar voor het indienen van een aanvraag ten minste drie jaar een hbo-opleiding aan een instituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd en deze ten minste één jaar voorafgaand aan de aanvraag te hebben verlaten en ten minste één jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als beeldend kunstenaar.
3. Indien de aanvrager van een bijdrage talentontwikkeling in de vier jaar na het verlaten van een eerste fase/bachelor opleiding aan een hbo-instituut een tweede fase/master opleiding heeft gevolgd, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat deze opleiding aan de tweede fase/master heeft geduurd.
4. Indien de aanvrager gedurende de periode waarop hij een tweede fase opleiding volgt een aanvraag voor een financiële bijdrage bij het Mondriaan Fonds heeft ingediend, wordt de in het tweede lid genoemde periode van vier jaar vermeerderd met het aantal maanden dat de opleiding aan de tweede fase tot het indienen van deze aanvraag heeft geduurd.
5. Het in het derde lid van dit artikel gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
6. Een bijdrage talentontwikkeling kan slechts worden verstrekt voor zover het belastbaar inkomen van de aanvrager in het jaar of de jaren waarin de periode valt waarover de financiële bijdrage zich uitstrekt naar verwachting lager zal zijn dan een door het bestuur vast te stellen bedrag.
7. Een bijdrage talentontwikkeling wordt niet toegekend gedurende de periode waarin een aanvrager deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het Mondriaan Fonds verstrekt kan worden.
8. Bijdragen talentontwikkeling kunnen aan dezelfde kunstenaar voor ten hoogste 12 maanden verstrekt worden.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032690
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl