1. Aanspraak op een toegekende werkbijdrage bewezen talent geschiedt in vier gelijke, halfjaarlijkse tranches, tenzij de beeldend kunstenaar schriftelijk een ander ritme met het fonds overeenkomt, met dien verstande dat op jaarbasis maximaal de helft van de toegekende werkbijdrage kan worden verleend, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid.
2. Tijdens de periode waarin een beeldend kunstenaar gebruik maakt van een andere subsidie van het fonds die, naar het oordeel van het bestuur, in dekking van dezelfde kosten voorziet als de werkbijdrage op grond van deze regeling kunnen geen verstrekkingen op grond van een reeds toegekende werkbijdrage plaatsvinden. Indien de gebruikmaking van de in dit artikel bedoelde andere subsidie aanvangt in hetzelfde jaar als waarin een of meerdere verstrekkingen van de werkbijdrage hebben plaats gevonden, heeft het bestuur het recht om deze geheel of gedeeltelijk terug te vorderen c.q. te verrekenen met de andere subsidie. Deze terugvordering of verrekening laat onverlet het recht om het desbetreffende bedrag op een later tijdstip alsnog, conform het in deze regeling ten aanzien van verstrekkingen bepaalde, op te nemen.
3. Degene ten behoeve van wie een werkbijdrage is toegekend dient op het moment dat hij een deel van het bijdrage verstrekt krijgt in Nederland gevestigd te zijn en indien hij niet de Nederlandse nationaliteit bezit te beschikken over een geldige verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet. Bij het verzoek tot verstrekking kan het bestuur vragen om een afschrift van documenten, waaruit dit blijkt.