BWBR0032695
Geldig vanaf 14-08-2014
Artikel 2
Deelregeling WBT+
1. Een werkbijdrage WBT+ kan worden verstrekt aan instellingen en opdrachtgevers die een serieus platform bieden en wordt verstrekt ten gunste van beeldend kunstenaars.
2. De kunstenaar voor wie een werkbijdrage wordt aangevraagd dient ten minste vier jaar professioneel als beeldend kunstenaar werkzaam te zijn. Indien de aanvrager een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd kan vier jaar na het verlaten van die opleiding een werkbijdrage worden aangevraagd.
3. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de looptijd van een andere subsidie van het fonds die naar het oordeel van het bestuur in dekking van dezelfde kosten voorziet als de werkbijdrage WBT+.
4. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de periode waarin een kunstenaar deelnemer is bij een instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het fonds gesubsidieerd kan worden.
5. Een werkbijdrage kan slechts worden toegekend voor zover het belastbaar inkomen van de kunstenaar, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende subsidie van het fonds in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de werkbijdrage is aangevraagd, gelijk of lager is dan een door het bestuur voor dat jaar vast te stellen bedrag..
6. Het in het vijfde lid bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting van de twee voorafgaande kalenderjaren.
7. Indien het inkomen in de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde bedrag zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen, tenzij sprake is van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
8. Indien het inkomen van de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in het vijfde lid van dit artikel bepaalde, of indien de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland heeft gedaan, dient het inkomen van de aanvrager in het jaar van verlening en in het daaropvolgende jaar gelijk of lager te zijn dan het krachtens het vijfde lid van dit artikel door het bestuur vastgestelde bedrag. Dit zal getoetst worden aan de hand van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van verlening en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar, volgend op het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, te geschieden.
9. Het in het derde lid gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het fonds gesubsidieerd kan worden
10. Geen werkbijdrage kan worden verstrekt aan hbo-opleidingen en aan instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd.
11. De bijdrage die de aanvrager van een aanvrager van een werkbijdrage WBT+ levert dient in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
2. De kunstenaar voor wie een werkbijdrage wordt aangevraagd dient ten minste vier jaar professioneel als beeldend kunstenaar werkzaam te zijn. Indien de aanvrager een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd kan vier jaar na het verlaten van die opleiding een werkbijdrage worden aangevraagd.
3. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de looptijd van een andere subsidie van het fonds die naar het oordeel van het bestuur in dekking van dezelfde kosten voorziet als de werkbijdrage WBT+.
4. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de periode waarin een kunstenaar deelnemer is bij een instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het fonds gesubsidieerd kan worden.
5. Een werkbijdrage kan slechts worden toegekend voor zover het belastbaar inkomen van de kunstenaar, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende subsidie van het fonds in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de werkbijdrage is aangevraagd, gelijk of lager is dan een door het bestuur voor dat jaar vast te stellen bedrag..
6. Het in het vijfde lid bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting van de twee voorafgaande kalenderjaren.
7. Indien het inkomen in de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde bedrag zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen, tenzij sprake is van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
8. Indien het inkomen van de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in het vijfde lid van dit artikel bepaalde, of indien de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland heeft gedaan, dient het inkomen van de aanvrager in het jaar van verlening en in het daaropvolgende jaar gelijk of lager te zijn dan het krachtens het vijfde lid van dit artikel door het bestuur vastgestelde bedrag. Dit zal getoetst worden aan de hand van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van verlening en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar, volgend op het jaar waarop de aanslag betrekking heeft, te geschieden.
9. Het in het derde lid gestelde geldt niet voor die instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd die door het fonds gesubsidieerd kan worden
10. Geen werkbijdrage kan worden verstrekt aan hbo-opleidingen en aan instellingen waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden aangevraagd.
11. De bijdrage die de aanvrager van een aanvrager van een werkbijdrage WBT+ levert dient in een aanvaardbare verhouding te staan tot de bijdrage van het fonds.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032695
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl