BWBR0032695
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 4
Deelregeling WBT+
1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een werkbijdrage geeft het bevoegd adviesorgaan in eerste instantie een oordeel over het plan van de aanvrager.
2. Verder betrekt het de volgende aspecten in onderlinge samenhang in de beoordeling:
• de kwaliteit en de reputatie van de aanvrager,
• het belang van het artistiek functioneren van de desbetreffende beeldend kunstenaar voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland op basis van onderstaande criteria in onderlinge samenhang,
• de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan van de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager,
• de wijze waarop de kunstenaar naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt brengt het een positief advies uit.
4. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang negatief beoordeelt, brengt het een negatief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid en die prioritering te onderbouwen.
2. Verder betrekt het de volgende aspecten in onderlinge samenhang in de beoordeling:
• de kwaliteit en de reputatie van de aanvrager,
• het belang van het artistiek functioneren van de desbetreffende beeldend kunstenaar voor de hedendaagse beeldende kunst in Nederland op basis van onderstaande criteria in onderlinge samenhang,
• de kwaliteit van het tot het moment van de aanvraag door de kunstenaar opgebouwde oeuvre en de ontwikkeling daarvan van de erkenning van het kunstenaarschap van de aanvrager,
• de wijze waarop de kunstenaar naar buiten treedt en een publiek voor zijn werk weet te vinden.
3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang positief beoordeelt brengt het een positief advies uit.
4. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste en tweede lid genoemde aspecten in onderlinge samenhang negatief beoordeelt, brengt het een negatief advies uit.
5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid en die prioritering te onderbouwen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032695
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl