BWBR0032696
Geldig vanaf 11-02-2014
Artikel 2
Deelregeling WBT
1. Een werkbijdrage bewezen talent kan worden verstrekt aan beeldend kunstenaars.
2. De aanvrager van een werkbijdrage dient ten minste zes jaar professioneel als beeldend kunstenaar werkzaam te zijn. Indien de aanvrager een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd, kan eerst zes jaar na het verlaten van die opleiding een werkbijdrage worden verstrekt.
3. Een werkbijdrage bewezen talent wordt aan dezelfde kunstenaar ten hoogste eenmaal in de vier jaar toegekend.
4. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de looptijd van een andere financiële werkbijdrage van het fonds die naar het oordeel van het bestuur in dekking van dezelfde kosten voorziet als de werkbijdrage bewezen talent.
5. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de periode waarin een aanvrager deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden verstrekt die door het fonds gesubsidieerd kan worden.
6. Een werkbijdrage kan slechts worden toegekend voor zover het belastbaar inkomen van de aanvrager, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende bijdrage van het fonds in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de werkbijdrage is aangevraagd, gelijk of lager is dan een door het bestuur voor het betreffende jaar vast te stellen bedrag.
7. Het in het zesde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting van de twee voorafgaande kalenderjaren.
8. Indien het inkomen in de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het zesde lid bedoelde bedrag zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen tenzij sprake is van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
9. Indien het inkomen van de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in het zesde lid van dit artikel bepaalde, of indien de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland heeft gedaan, dient het inkomen van de aanvrager in het jaar van verlening en in het daaropvolgende jaar gelijk of lager te zijn dan het krachtens het zesde lid van dit artikel door het bestuur vastgestelde bedrag. Dit zal getoetst worden aan de hand van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van verlening en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar na het jaar, waarop de aanslag betrekking heeft, te geschieden.
2. De aanvrager van een werkbijdrage dient ten minste zes jaar professioneel als beeldend kunstenaar werkzaam te zijn. Indien de aanvrager een hbo-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten heeft gevolgd, kan eerst zes jaar na het verlaten van die opleiding een werkbijdrage worden verstrekt.
3. Een werkbijdrage bewezen talent wordt aan dezelfde kunstenaar ten hoogste eenmaal in de vier jaar toegekend.
4. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de looptijd van een andere financiële werkbijdrage van het fonds die naar het oordeel van het bestuur in dekking van dezelfde kosten voorziet als de werkbijdrage bewezen talent.
5. Een werkbijdrage kan niet worden verstrekt gedurende de periode waarin een aanvrager deelnemer is bij een instelling waarvoor een beurs praktijkverdieping kan worden verstrekt die door het fonds gesubsidieerd kan worden.
6. Een werkbijdrage kan slechts worden toegekend voor zover het belastbaar inkomen van de aanvrager, exclusief een verstrekking op basis van een eerder toegekende bijdrage van het fonds in de twee kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin de werkbijdrage is aangevraagd, gelijk of lager is dan een door het bestuur voor het betreffende jaar vast te stellen bedrag.
7. Het in het zesde lid van dit artikel bepaalde wordt getoetst aan de hand van de aangiftebiljetten inkomstenbelasting van de twee voorafgaande kalenderjaren.
8. Indien het inkomen in de twee voorafgaande kalenderjaren hoger is dan het in het zesde lid bedoelde bedrag zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen tenzij sprake is van tevoren voorziene tijdelijke omstandigheden.
9. Indien het inkomen van de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag door van tevoren voorziene omstandigheden hoger is dan het in het zesde lid van dit artikel bepaalde, of indien de aanvrager in de twee kalenderjaren voorafgaand aan zijn aanvraag geen aangifte inkomstenbelasting in Nederland heeft gedaan, dient het inkomen van de aanvrager in het jaar van verlening en in het daaropvolgende jaar gelijk of lager te zijn dan het krachtens het zesde lid van dit artikel door het bestuur vastgestelde bedrag. Dit zal getoetst worden aan de hand van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting over het jaar van verlening en het daaropvolgende jaar. Deze opgaaf dient zo spoedig mogelijk na afloop van dat jaar doch uiterlijk vóór 15 juli van het jaar na het jaar, waarop de aanslag betrekking heeft, te geschieden.
- Wet
- Deelregeling WBT
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032696
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl