BWBR0032717
Geldig vanaf 04-01-2013
Artikel 5
Algemeen reglement Mondriaan Fonds
Bij de beslissing over het verstrekken van een subsidie kunnen de volgende criteria worden gehanteerd:
• de artistieke kwaliteit: heeft het werk of de activiteit de potentie om tot het nationaal cultureel erfgoed te gaan behoren of behoort het daar al toe,
• het cultuurhistorisch belang,
• de kwaliteit van de positie van de betrokken instelling/organisator/podium en de reputatie van de betrokken bemiddelaar,
• zichtbaarheid: een overtuigende presentatie waarmee een passend publiek wordt bereikt waardoor de burger zich aangesproken voelt,
• samenwerking: de allianties die de aanvrager aangaat met (andere) instellingen, opdrachtgevers en/of kunstenaars om een betekenisrijk project tot stand te brengen om zijn activiteiten uit te voeren,
• het cultureel ondernemerschap, te onderscheiden in de volgende aspecten:
• de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager,
• de wijze waarop de aanvrager naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden,
• de manier waarop de aanvrager zijn activiteiten in artistiek opzicht (erkenning) en in samenhang daarmee in economisch rendement omzet,
• de activiteiten van de aanvrager op publicitair, organisatorisch en didactisch gebied,
• de artistieke context, zoals de reputatie van de plek waar de activiteit zich afspeelt of de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of de instelling en/of personen waar de activiteit plaatsvindt,
• de culturele context: de achtergrond van de aanvrager.
• de artistieke kwaliteit: heeft het werk of de activiteit de potentie om tot het nationaal cultureel erfgoed te gaan behoren of behoort het daar al toe,
• het cultuurhistorisch belang,
• de kwaliteit van de positie van de betrokken instelling/organisator/podium en de reputatie van de betrokken bemiddelaar,
• zichtbaarheid: een overtuigende presentatie waarmee een passend publiek wordt bereikt waardoor de burger zich aangesproken voelt,
• samenwerking: de allianties die de aanvrager aangaat met (andere) instellingen, opdrachtgevers en/of kunstenaars om een betekenisrijk project tot stand te brengen om zijn activiteiten uit te voeren,
• het cultureel ondernemerschap, te onderscheiden in de volgende aspecten:
• de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager,
• de wijze waarop de aanvrager naar buiten treedt om een publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden,
• de manier waarop de aanvrager zijn activiteiten in artistiek opzicht (erkenning) en in samenhang daarmee in economisch rendement omzet,
• de activiteiten van de aanvrager op publicitair, organisatorisch en didactisch gebied,
• de artistieke context, zoals de reputatie van de plek waar de activiteit zich afspeelt of de reputatie van de overige deelnemers aan de activiteit of de instelling en/of personen waar de activiteit plaatsvindt,
• de culturele context: de achtergrond van de aanvrager.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032717
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl